logo school

 

terug naar het hoofdmenu

 

IDENTIFICATIEPLICHT (WET)

Door de nieuwe wet op de identificatieplicht is het noodzakelijk geworden, dat van alle leerlingen van 12 jaar en ouder in het dossier op school een afschrift van hun identiteitsbewijs of paspoort aanwezig is.
BURGERSERVICENUMMER
(= persoonsgebonden nummer)
Door nieuwe wettelijke regelingen moet onze school een aantal gegevens opnemen in de leerlingadministratie. Deze gegevens gaan in de toekomst een rol spelen bij de bekostiging van onze school.
Van elke leerling hebben wij het burgerservicenummer(het voormalige sofinummer) nodig in het dossier. Als uw kind nog geen identiteitsbewijs heeft dan dient als bewijs een kopie van het officiële document van de belastingdienst. Kopie van een uittreksel uit het bevolkingsregister waar het burgerservicenummer op vermeld staat, mag ook.
In geval van nood, dus alleen als u een van de genoemde documenten niet hebt, kunt u het burgerservicenummer van uw kind overnemen van de zorgpas of zorgpolis. Ook in dit geval is het noodzakelijk dat er een kopie in het dossier komt.
Wij vragen u goed te letten op de spelling van de naam van uw kind
en waar nodig te verbeteren. De naam moet precies zo geschreven zijn als in het bevolkingsregister. Dat is belangrijk, omdat de namen in onze administratie daarmee worden vergeleken in een geautomatiseerde uitwisseling met de overheid.
Bij verwerking van de gegevens houden wij ons aan de Wet Bescherming Persoonsgegevens en het Meerkring Privacyreglement Leerlinggegevens.
Enkele belangrijke wetsartikelen uit de Wet op de Expertise Centra (WEC)
Gebruik persoonsgebonden nummer door bevoegd gezag (art. 164a van de WEC)
1. Het bevoegd gezag kan het persoonsgebonden nummer van een leerling gebruiken in het verkeer met de leerling op wie het nummer betrekking heeft, of, indien de leerling minderjarig of handelingsonbekwaam is, met de ouders van deze leerling.

2. Het bevoegd gezag verstrekt het persoonsgebonden nummer van iedere leerling aan de Informatie Beheer Groep, tezamen met de volgende gegevens van de leerling:
a. a. geslacht, geboortedatum en postcode van de woonplaats;
b. de datum van in- of uitschrijving;
c. de soort onderwijs;
d. de schoolsoort;
e. het leerjaar of de groep;
f. indien van toepassing de aanduiding dat het betreft een leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond als bedoeld in artikel 1 van het Formatiebesluit WEC;
g. het registratienummer van de school of, indien sprake is van een nevenvestiging, het registratienummer daarvan;
h. bekostigingsindicatie;
i. de onderwijssoort dan wel het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid, onder d, de begindatum van de periode waarvoor de leerling toelaatbaar is verklaard door een commissie voor de indicatiestelling als bedoeld in artikel 28c, het registratienummer van het regionaal expertisecentrum dat de indicatiestelling heeft verricht en, indien het een leerling betreft, bedoeld in artikel 8a, derde lid, onderdeel b, het registratienummer van de school, bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs of de Wet educatie en beroepsonderwijs, waar de leerling is ingeschreven na afloop van de periode gedurende welke de leerling door een commissie voor de indicatiestelling toelaatbaar is verklaard tot een bepaalde onderwijssoort; en
j. indien een leerling is toegelaten met toepassing van artikel 40, derde lid, tweede volzin, de indicatie voor het soort verblijf.

3. Bij ministeriële regeling kan een nadere specificatie worden gegeven van de gegevens, bedoeld in het tweede en achtste lid, en kan worden bepaald welke van de gegevens, bedoeld in het tweede en achtste lid, niet langer behoeven te worden verstrekt. Bij ministeriële regeling kunnen voorts regels worden gesteld omtrent de tijdstippen en de wijze van verstrekking van de gegevens, bedoeld in het tweede en achtste lid.

4. Het bevoegd gezag kan het persoonsgebonden nummer van een leerling, al dan niet tezamen met een of meer van de gegevens, bedoeld in het tweede en achtste lid, gebruiken in het verkeer met Onze minister ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging van de school.

5. Het bevoegd gezag en het hoofd, bedoeld in artikel 1, onder d, van de Leerplichtwet 1969, gebruiken het persoonsgebonden nummer van een leerling in contacten met een gemeente in het kader van de Leerplichtwet 1969, tezamen met de gegevens die noodzakelijk zijn voor het toezicht op de naleving van die wet door de gemeente.

6. Het bevoegd gezag gebruikt bij de opgave aan burgemeester en wethouders, bedoeld in artikel 47a, eerste lid, het persoonsgebonden nummer van de betrokkene.

7. Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een leerling in het contact met een andere school of een school of instelling voor ander onderwijs ten behoeve van de in- en uitschrijving van die leerling.

8. Indien de gegevens over de nationaliteit van de leerling niet zijn opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens worden deze gegevens door het bevoegd gezag verstrekt aan de Informatie Beheer Groep.

9. Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een leerling in het kader van de uitvoering van subsidieregelingen van het Europees Sociaal Fonds.

10. Het bevoegd gezag verstrekt geen persoonsgebonden nummer van een leerling ter uitvoering van artikel 107, tweede en vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000.


Verwerking gegevens door Informatie Beheer Groep(Art. 164b van de WEC)

1. De Informatie Beheer Groep neemt de door het bevoegd gezag verstrekte persoonsgebonden nummers en andere gegevens, bedoeld in artikel 164a, tweede en achtste lid, op in het basisregister onderwijs, bedoeld in artikel 9a van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank, nadat zij deze gegevens heeft getoetst op juistheid en volledigheid. De Informatie Beheer Groep verstrekt de gegevens, inclusief de gegevens, bedoeld in artikel 9b, eerste lid, onderdeel g, van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank, zoals zij voornemens is die gegevens in het basisregister onderwijs op te nemen, aan het bevoegd gezag. Onverminderd de derde volzin van artikel 164c, eerste lid, kan de Informatie Beheer Groep de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens uitsluitend met instemming van het bevoegd gezag wijzigen.

2. Het bevoegd gezag verstrekt de Informatie Beheer Groep alle inlichtingen die zij nodig acht voor de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid. Het bevoegd gezag werkt eraan mee dat de in het basisregister onderwijs opgenomen gegevens juist en volledig zijn.

3. Indien de Informatie Beheer Groep naar aanleiding van de toetsing, bedoeld in het eerste lid, redenen heeft om aan te nemen dat een bevoegd gezag in strijd handelt of heeft gehandeld met het bepaalde bij of krachtens deze wet, meldt zij dit aan Onze minister. Indien Onze minister een onderzoek door de inspectie nodig acht, verstrekt de Informatie Beheer Groep ten behoeve van dit onderzoek de persoonsgebonden nummers en andere gegevens van leerlingen aan de inspectie. De inspectie meldt de uitkomst van het onderzoek aan Onze minister en de Informatie Beheer Groep. Indien de inspectie constateert dat het bevoegd gezag in strijd handelt of heeft gehandeld met het bepaalde bij of krachtens deze wet, meldt zij de uitkomst van het onderzoek aan Onze minister, tezamen met de voor die uitkomst relevante gegevens die aan de inspectie werden verstrekt.

4. Onze minister en de inspectie verstrekken ter uitvoering van artikel 107, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 geen gegevens die zij op grond van het derde lid hebben ontvangen.

Verstrekking van gegevens door Informatie Beheer Groep aan minister en inspectie (Art.164c van de WEC)
1. De Informatie Beheer Groep verstrekt uit het basisregister onderwijs, bedoeld in artikel 9a van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank, aan Onze minister de gegevens die Onze minister nodig heeft voor de bekostiging van scholen en de begrotings- en beleidsvoorbereiding. Voorzover de door het bevoegd gezag aan de Informatie Beheer Groep verstrekte gegevens naar het oordeel van Onze minister onjuist of onvolledig zijn, kan Onze minister ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging van deze gegevens afwijken. De Informatie Beheer Groep neemt in dat geval de door Onze minister vastgestelde gewijzigde gegevens op in het basisregister onderwijs, nadat het desbetreffende besluit tot vaststelling van de bekostiging onherroepelijk is geworden.

2. De Informatie Beheer Groep verstrekt uit het basisregister onderwijs, bedoeld in artikel 9a van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank, aan de inspectie de gegevens die de inspectie nodig heeft voor het toezicht op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs.

3. Onverminderd artikel 164b, derde lid, worden de gegevens, bedoeld in het eerste en het tweede lid, op een zodanige wijze verstrekt, dat de leerlingen niet geïdentificeerd of identificeerbaar zijn. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het verstrekken van de gegevens. Daarbij worden in ieder geval regels gesteld omtrent de inhoud en de samenstelling van de gegevens, de wijze waarop de gegevens worden verstrekt, de tijdstippen waarop de gegevens worden verstrekt, en de perioden waarop de gegevens betrekking hebben.


Gebruik persoonsgebonden nummer door gemeente (art. 164e van de WEC)
Onverminderd het overigens bij of krachtens de wet bepaalde omtrent het gebruik van het sociaal-fiscaalnummer door de gemeente, gebruikt de gemeente het persoonsgebonden nummer van een leerling of een voortijdige schoolverlater als bedoeld in artikel 162a uitsluitend ten behoeve van:
a. een registratie van leerplichtige jongeren in het belang van het toezicht op de naleving van de Leerplichtwet 1969;
b. de registratie van gegevens van voortijdige schoolverlaters, bedoeld in artikel 162b, eerste lid, eerste volzin;
c. het systeem van doorverwijzing van voortijdige schoolverlaters naar onderwijs of arbeidsmarkt, bedoeld in artikel 162b, eerste lid, tweede en derde volzin;
d. verwerking van de gegevens, bedoeld in artikel 9e, derde en vierde lid, van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank bij de registraties, bedoeld in de onderdelen a en b, en het systeem van do
orverwijzing, bedoeld in onderdeel c.
KLACHTENREGELING
Als dingen op school niet lopen zoals u verwacht, neem dan snel contact op met de groepsleerkracht van uw kind. Bespreek uw vraag of klacht in alle openheid en vraag een reactie van de leerkracht. En maak afspraken. Mocht u er met de leerkracht niet uit komen dan kunt u overleggen met de contactpersoon in het kader van de klachtenregeling op de school.
Natuurlijk is er ook de directeur om de beantwoording van uw vraag of oplossing van uw klacht ter hand te nemen. Allerlei vragen en klachten worden praktisch altijd op de school zelf opgelost.
In een enkel geval lukt het niet om op school tot overeenstemming te komen.
Dan kunt u uw klacht voorleggen aan het bestuur, dat in veel gevallen de vertrouwenspersoon voor de klachtenregeling zal inzetten om uw klacht te onderzoeken. Indien mogelijk lost de vertrouwenspersoon de klacht met u en de school op. Is dit niet mogelijk dan zal het bestuur (na nader onderzoek) een besluit nemen over uw klacht. Zij zal daar meestal de Landelijke Klachten Commissie voor inschakelen. De klachtenregeling kunt u opvragen op school of te kijken op www.meerkring.nl
Artikel 23. Klachtenregeling (WEC)

1. Ouders en personeelsleden kunnen bij de klachtencommissie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, een klacht indienen over gedragingen en beslissingen van het bevoegd gezag of het personeel, waaronder discriminatie, dan wel het nalaten van gedragingen en het het niet nemen van beslissingen door het bevoegd gezag of het personeel. Een zodanige klacht kan eveneens worden ingediend door:
a. leerlingen van scholen voor speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, die de leeftijd van 13 jaren hebben bereikt,
b. leerlingen van scholen voor voortgezet speciaal onderwijs.

2. Het bevoegd gezag treft een regeling voor de behandeling van klachten. Deze regeling vermeldt in ieder geval:
a. de instelling van een klachtencommissie, die klachten behandelt,
b. de wijze waarop de klachtencommissie haar werkzaamheden verricht,
c. de termijn waarbinnen de klager een klacht kan indienen en
d. de termijn waarbinnen mededeling plaatsvindt van het oordeel, bedoeld in het zesde lid, en hoe bij noodzakelijke afwijking van deze termijn wordt gehandeld.

3. Deze regeling strekt ter vervanging van klachtenregelingen op grond van andere voorschriften dan dit artikel en strekt niet ter vervanging van een andere voorziening die op grond van een wettelijke regeling, niet zijnde een klachtenregeling, voor de klager openstaat of heeft opengestaan.

4. Deze regeling
a. voorziet erin dat de klachten worden behandeld door een klachtencommissie die bestaat uit ten minste drie leden, waaronder een voorzitter die geen deel uitmaakt van het bevoegd gezag en niet werkzaam is voor of bij het bevoegd gezag en
b. waarborgt dat aan de behandeling van een klacht niet wordt deelgenomen door een persoon op wiens gedraging de klacht rechtstreeks betrekking heeft.

5. De klager en degene over wie is geklaagd krijgen de gelegenheid:
a. hun zienswijze mondeling of schriftelijk toe te lichten en
b. zich bij de behandeling van de klacht te laten bijstaan.

6. De klachtencommissie vormt zich een oordeel over de gegrondheid van de klacht en deelt dit oordeel, al dan niet vergezeld van aanbevelingen, schriftelijk mede aan de klager, degene over wie is geklaagd en het bevoegd gezag.

7. Het bevoegd gezag deelt de klager en de klachten-commissie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, binnen 4 weken na ontvangst van het in het zesde lid bedoelde oordeel van de klachtencommissie schriftelijk mede of hij het oordeel over de gegrondheid van de klacht deelt en of hij naar aanleiding van dat oordeel maatregelen zal nemen en zo ja welke.
Bij afwijking van de in de eerste volzin bedoelde termijn, doet het bevoegd gezag daarvan met redenen omkleed mededeling aan de klager en de klachten--commissie onder vermelding van de termijn waar-binnen het bevoegd gezag zijn standpunt bekend zal maken.

8. Degene die betrokken is bij de uitvoering van dit artikel en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijze moet vermoeden, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.

9. Gegevens die betrekking hebben op een klacht worden bewaard op een plaats die uitsluitend toegankelijk is voor de leden van de klachtencommissie en het bevoegd gezag.
VERTROUWENSPERSOON
De taken van een contact- en vertrouwenspersoon zijn geregeld in de klachtenregeling van de school. Ouders, personeel en leerlingen kunnen bij hen terecht als zij een klacht hebben over het gedrag van een leerkracht, directeur, ouder of medeleerling. De contactpersoon is het eerste aanspreekpunt bij klachten: hij/zij kan de klager/klaagster informeren over de klachtenprocedure en doorverwijzen naar de vertrouwenspersoon.
LEERPLICHT
Om als leerling tot de Dr. A. van Voorthuysenschool te worden toegelaten, moet een kind de leeftijd van 4 jaar hebben bereikt.
Vanaf 5 jaar zijn kinderen leerplichtig.
Vanaf het 12e jaar kan een leerling de S.O.-afdeling verlaten voor het volgen van Voortgezet Speciaal Onderwijs, als naar oordeel van de directeur en na overleg en overeenstemming met de ouders hier voldoende grond voor is. In elk geval verlaten de leerlingen de S.O.-afdeling aan het einde van het schooljaar waarin zij de leeftijd van 14 jaar hebben bereikt.
AANTAL UREN ONDERWIJS
Leerlingen die jonger zijn dan 7 jaar moeten per jaar tenminste 880 uren onderwijs ontvangen.
De andere leerlingen krijgen per jaar tenminste 1000 uren onderwijs.
Per volledige week wordt er gedurende 25 ¾ uren onderwijs verzorgd. Globaal genomen zijn dit zo’n 40 lesweken per schooljaar. De 12 weken waarin geen les wordt gegeven zijn terug te vinden in het overzicht van vakanties en vrije dagen. Bij dit overzicht zijn tevens de extra vrije dagen van onze jongsten te vinden.
SCHOOLVERZUIM
De grondslag van het pedagogisch klimaat in de school is, dat een leerling met plezier naar school gaat, zich op zijn leeftijd voelt aangesproken, leerstof krijgt aangeboden die hij aankan en waardeert en een goede verstandhouding heeft met medeleerlingen en schoolpersoneel.
Hij moet het idee hebben dagelijks “baat” te hebben bij de hem aangeboden leerstof.
Een gemotiveerde leerling verzuimt niet.
Het is dus de taak voor de school om te zorgen voor de instandhouding van een prettig pedagogisch klimaat.
Daarnaast voert iedere leerkracht dagelijks een afwezigheidsadministratie. Bij zorgwekkend verzuim wordt contact opgenomen met de leerplichtambtenaar op het gemeentehuis om verdere stappen te bespreken.
VERLOF
In een aantal gevallen kan de leerling om zgn. “gewichtige redenen” voor één of meer dagen verlof worden verleend.
Onder “gewichtige redenen” wordt niet verstaan een vakantie. Wordt dit toch aangevraagd dan is het noodzakelijk een bewijs van de werkgever te overhandigen waaruit blijkt dat de ouder geen vakantie kan nemen in de schoolvakanties.
Een en ander is ter beoordeling van de directie.
Als het verlof meer dan een week bedraagt, moet het verzoek gericht worden aan de leerplichtambtenaar op het gemeentehuis.
Kinderen tot zes jaar mogen per week vijf uur verzuimen. De directeur kan op verzoek dit verlof uitbreiden tot tien uur per week.
LESUITVAL
De school kent in principe geen lesuitval.
Bij afwezigheid van de groepsleerkracht wordt de lesgevende taak overgenomen door de vaste invalleerkracht dan wel door één van de andere collega’s.
In het uiterste geval worden leerlingen verdeeld en gaan op bezoek bij de andere S.O.-groepen.
VERWIJDERING VAN LEERLINGEN

Begripsomschrijving
Verwijdering houdt in dat de leerling de toegang tot de school en het onderwijs aldaar wordt ontzegd en de leerling wordt uitgeschreven als leerling uit de leerling-administratie van de betreffende school.
Gronden voor verwijdering
Indien het de schoolleiding niet gelukt is om binnen acht weken na besluit voornemen tot verwijdering op basis van gedocumenteerde inspanning de leerling op een andere school te plaatsen dan stelt zij het bestuur voor over te gaan tot verwijdering. De schoolleiding levert hiertoe een rapportage van haar activiteiten aan.
Opnieuw worden schoolleiding en ouders gehoord over het verloop van de herplaatsing en wordt er verslaggeving van deze gesprekken gemaakt door een aangewezen vertegenwoordiger van het bestuur.
Besluit tot verwijdering
Als op basis van de informatie het bestuur besluit tot verwijdering, dan dient de leerling de school definitief te verlaten en wordt deze uitgeschreven uit de leerlingadministratie.
Besluit geen verwijdering
Als het bestuur niet besluit tot verwijdering, omdat de schoolleiding onvoldoende aantoonbare activiteiten heeft ontplooid of omdat de plaatsing op een andere school aanstaande is, maar niet binnen acht weken geëffectueerd kan worden, dan kan het bestuur eenmalig de termijn van voorgenomen verwijdering verlengen met maximaal acht weken.
Informatieplicht betrokkenen
Het voorstel tot verwijdering van de directie en het besluit tot verwijdering door het bestuur wordt naast mondeling, altijd schriftelijk en gemotiveerd medegedeeld aan de ouders of verzorgers. Een afschrift van het besluit gaat naar de medewerker leerplicht en de inspectie.
Indien wenselijk, kan na toestemming van de ouders/verzorgers betrokken hulpverleningsinstanties ook onder de informatieplicht worden gebracht.
Bezwaar en beroep
De ouder kan tegen een schorsingsbesluit, een voorgenomen verwijdering en een verwijderingbesluit volgens de Algemene Wet Bestuursrecht in bezwaar gaan bij het bestuur, schriftelijk gemotiveerd binnen zes weken na datum van het besluit.
Het bestuur behandelt het bezwaar conform de AWB-procedure en neemt opnieuw een besluit. Indien ouders niet instemmen met dat besluit kunnen zij hun bezwaren voorleggen aan de Arrondissementsrechtbank, afdeling bestuursrecht te Utrecht.
Regeling schorsing en (voornemen tot) verwijdering van leerlingen en ontzegging toegang van ouders en verzorgers bevindt zich in de school en is tevens te lezen op de website van de Stichting Meerkring: www.meerkring.nl en www.st-ab.nl
LEERLINGDOSSIER
Van elke leerling wordt een dossier bijgehouden, waarin zich alle beschikbare rapportage bevindt. Afschrift van deze rapportage vond en vindt zijn weg naar de ouders.
Leerlinggegevens zijn vertrouwelijk en daarom alleen ter inzage voor het bevoegd gezag, de leden van de onderzoekscommissie, het personeel van de school, de rijksinspectie en natuurlijk de ouders.
Opsturen van schoolrapportage naar derden gebeurt pas na toestemming van de ouders.
Indien ouders inzage willen in het dossier van hun kind, dan kan daartoe een afspraak gemaakt worden met mevrouw J.E.M. de Heusden gezegd van der Sluyse van het S.O. en mevrouw H. Steert van het V.S.O.
 
terug naar het hoofdmenu