
Hoofdstuk 1 Inleiding
Dit schoolplan is geschreven als een momentopname van de stand van zaken in het najaar 2011.
Omdat we geen historisch stuk willen schrijven, zal dit plan jaarlijks geactualiseerd worden.
Ons jaarplan vormt hiervoor de basis.
Naast beïnvloedbare omstandigheden maakt het speciaal onderwijs Cluster 3 ook volop deel uit van het krachtenveld rond “Passend Onderwijs”. In deze politieke discussie wordt onze toekomst bepaald en vooral die van onze leerlingen. Naast de beperking van de scholingsmogelijkheden gaat het voor hen ook om onzekerheid over PGB, Wajong, Sociale Werkvoorziening, busvervoer e.d. Daarnaast vallen we onder de regio “Eemland”, een experimenteer regio Passend Onderwijs.
Vanaf 1 augustus 2010 heeft ons bestuur het besluit genomen om aan te haken bij dit experiment.
D.w.z. is de teldatum van 1 oktober 2008 ons uitgangspunt in de zgn. budgetfinanciering, hebben we eigen beleid ten aanzien van de herindicaties en zal de ambulante dienst regio Eemland ZML vanuit het REC op onze school een plek vinden.
Behalve deze organisatorische ontwikkeling zijn we ook volop bezig met onze onderwijskundige ontwikkeling. Daar waar het eigenlijk om gaat: Wat is onze maatschappelijke opdracht en hoe kunnen we en op welke wijze willen we, hier het beste invulling aan geven. In de volgende hoofdstukken zal hier verder op worden ingegaan.
Sinds 1976 zit onze school in hetzelfde gebouw als de protestant christelijke Koningin Emmaschool; een school met dezelfde doelgroep.
De afgelopen decennia is er op verschillende manieren invulling gegeven aan de samenwerking.
De beheercommissie voor het gebouw, de bus stichting voor het vervoer zijn hier praktische uitwerkingen van.
In 2009 ben ik benoemd als directeur aan deze school. Dit heeft ertoe geleid dat er per 1 augustus 2010 een nieuw MT en een nieuw PMT is gevormd. Vanuit dit nieuwe MT/PMT zijn we ons onderwijs vorm aan het geven. De resultaten hiervan zijn verwoord in dit plan.
Onze visie stelt het kind centraal. Onze organisatie is hierop aangepast. Praktisch handelen, flexibiliteit, creatief denken en verantwoordelijkheid nemen staan hierin centraal. Het eerste jaar heb ik ingezet op communicatie en agressieregulatie. Dit heeft rust en duidelijkheid gebracht. De samenwerking met de Koningin Emmaschool is ingezet vanuit kansen en mogelijkheden.
In augustus 2010 is het expertisecentrum “de Vosheuvel” aan het voltallige team van beide scholen gepresenteerd. We hebben inmiddels toegezegd gekregen vanuit de gemeente dat dit samen te realiseren is in het huidige gebouw, aangepast aan deze tijd. Samen zijn we verantwoordelijk voor adequaat onderwijs aan 315 leerlingen met een ZML-indicatie en ongeveer 30 ZML-leerlingen die via de ambulante dienst begeleiding krijgen in een vorm van regulier onderwijs.
Onze horizon reikt tot 1 augustus 2013. De korting die ons opgelegd wordt in het kader van Passend Onderwijs behelst € 200.000,--, d.w.z. ongeveer 4 arbeidsplaatsen.
De krimp van personele inzet de afgelopen jaren van ongeveer 2 fte door allerlei school overstijgende regelgeving heeft ons bewust gemaakt van onze grenzen. De kortingen op Passend Onderwijs kunnen we niet opvangen door kritisch te kijken naar de groepsgrootte, maar zal direct van invloed zijn op de overhead. Hiermee komt tegelijk onze autonomie in gevaar en lijken we af te stevenen op een uitvoeringsinstantie voor het samenwerkingsverband. Voor ons is cruciaal hoe dit verband komend jaar wordt vormgegeven en vooral hoe de middelen verdeeld gaan worden.
Op dit moment voeren we als school een autonoom beleid, ondersteund door Stichting Meerkring en REaCtys. Als basis van dit beleid wordt gebruik gemaakt van kwaliteitsonderzoek, leeropbrengsten, evaluaties, LVS, criteria inspectie en een teambrede jarenlange ervaring met ZML-onderwijs.
We hebben onze keuze gemaakt om een beknopt schoolplan te schrijven. Alle onderbouwing kunt u vinden via de linken die zijn ingevoegd. Zonder die linken is het plan niet compleet.
Twee jaar geleden hebben we ons als team afgevraagd wat onze meerwaarde is voor onze doelgroep.
Onze kwaliteit zit in de flexibiliteit ten aanzien van het individuele kind. We zijn trots op ons maatwerk. Hierdoor staat niet al ons handelen van A tot Z beschreven, maar proberen we met passende oplossingen ons doel te halen.
Dit schoolplan gebruiken we om te bepalen of we nog op koers zitten ten aanzien van de plannen, die we gemaakt hebben en de wettelijke eisen die ons gesteld zijn. Daarnaast hoop ik dat het voldoende eigenheid uitstraalt over de wijze, waarop wij denken hoe we de aan ons toevertrouwde leerlingen begeleiden naar volwassenheid.
Namens bestuur, team en MR,
Henk Hylkema
(directeur)
November 2011.
2.1 Gebouw en omgeving
Onze school staat in een bosgebied aan de oostkant van Amersfoort. De omgeving sluit prima aan bij onze doelgroep voor wat betreft prikkelarm en buiten zijn. We zitten wel ver weg van de dagelijkse praktijk. Gelukkig hebben we onze busstichting waardoor we gemakkelijk met de leerlingen de dagelijkse praktijk kunnen opzoeken.
De ruimte om de school is een voorwaarde om goed bereikbaar te zijn voor de vele busjes die de leerlingen brengen en halen. Het gebouw dateert van de jaren 70 en is recentelijk uitgebreid. We hebben op het moment dringend behoefte aan kleine ruimtes voor individuele begeleiding of overleg met ouders of collega’s. Ook zijn de praktijkruimtes wel steeds aangepast maar gedateerd en zijn de verzorgingsruimtes niet meer van deze tijd. Met voortdurende investeringen proberen we de huisvesting ondersteunend te laten zijn aan de doelen die we willen realiseren.
2.2 Beschrijving van de leerling populatie
Het gaat om twee zaken die bepalend zijn voor de resultaten van een leerling.
1.
Interne condities
Hieronder verstaan we de interne motivaties/mogelijkheden van een leerling met in achtneming van zijn ZML- indicatie en eventuele andere beperkingen. Voor elke leerling spreken we van ontwikkelingen en kansen. Het is onze kwaliteit om die interne component optimaal te activeren. Hoe speciaal een leerling ook is, bij ons mag hij/zij zichzelf zijn.
2. Externe condities. Kenmerkend is dat hoe ouder een leerling instroomt des te beschadigder is zijn/haar gevoel van eigenwaarde. Woont een kind bij een vader en moeder of in een gezinsvervangend huis?
Is de thuissituatie ingericht op leren of consumeren? Wordt een kind begeleid van huis uit of is er een voortdurende strijd? Onze leerlingen komen vanuit allerlei denkbare situaties naar school. Soms is het een wonder dat ze zich tegen de stroom in toch nog weten te ontwikkelen. Van ons wordt naast een pedagogisch/didactische aanpak ook zorg om hun welzijn verwacht.
2.3 Beschrijving van de achtergrond van de leerlingen
Onze leerlingen komen uit de regio Eemland maar ook ver daarbuiten. Soms door bewuste keuze voor een openbare school, soms door onze aanpak of een thuiszitter; allerlei oorzaken kunnen aan de keuze ten grondslag liggen.
Met de budgetfinanciering moeten we aan kinderen uit onze regio altijd plek bieden. Daar zijn plekken voor gereserveerd. Kinderen die dreigen thuis te komen zitten proberen we altijd te plaatsen.
Belangrijk daarbij is de acceptatie door ouders. Vaak hopen ouders heel begrijpelijk, tegen beter weten in, dat hun kind meer kan dan het bij ons laat zien.
Een zichtbare handicap wordt sneller geaccepteerd dan een niet zichtbare handicap. Afwijkend gedrag wordt door buitenstaanders vaak afgedaan als onopgevoed en dit maakt ouders onzeker. De verwachtingen van de omgeving leiden bij kinderen vaak tot onzekerheid. Woon- en opvoedingssituatie, hun beperking en de mogelijkheden, die de school hun biedt zijn mede bepalend voor de ontwikkelmogelijkheden van een kind.
2.4 Beschrijving van de medewerkers
Onze medewerkers en vrijwilligers voelen zich allemaal uitgedaagd om te werken met deze doelgroep.
Dit betekent, dat we het onze taak vinden om ons dusdanig in het kind te verplaatsen dat we proberen te begrijpen wat zich in het kind afspeelt. Ook weten we dat we van veel kinderen dan nog maar een fractie werkelijk begrijpen.
De keuzes die we maken zijn afgestemd op het individu, daarbij incalculerend dat we met groepen werken en dus geen één op één onderwijs kunnen bieden. Wel kunnen we heel persoonlijk zijn in lesaanbod, gedragsregulatie en het creëren van een veilige leeromgeving. De laatste periode is er veel collectief, maar ook individueel geschoold om onze taken nog beter uit te kunnen voeren. De scholing die is gevolgd staat beschreven in ons jaarplan.
Hoofdstuk 3 De school en haar omgeving.
De school heeft, als onderdeel van de maatschappij, te maken met diverse ontwikkelingen. Bij het maken van keuzes voor de komende periode is rekening gehouden met verschillende omgevingsfactoren.
Deze worden in dit hoofdstuk beschreven.
3.1 Trends in de samenleving
Op 1 augustus 2012 wordt de wetgeving “Passend Onderwijs” ingevoerd. Als Cluster 3 school heeft deze wetgeving directe consequenties voor ons met betrekking tot indicatiestelling, grootte en regionale verantwoordelijkheid. Eemland is gestart als experimenteerregio.
Op 1 augustus 2010 zijn wij, samen met de Koningin Emmaschool, als Cluster 3 scholen toegetreden tot het experiment. Vanaf dat moment vallen we onder de budgetfinanciering (www.passendonderwijseemland.nl) .
3.1.1 Maatschappelijke ontwikkelingen
Passend Onderwijs geeft ouders de mogelijkheid om een kind op elke school van keuze aan te melden.
Het schoolbestuur heeft de plicht om deze leerlingen Passend Onderwijs te bieden. Om dit te realiseren is collegiaal overleg op niveau van samenwerkingsverbanden noodzakelijk. We werken nauw samen met de Koningin Emmaschool om te komen tot een expertisecentrum Cluster 3 de Vosheuvel. Ook de AB-diensten (Ambulante begeleiding) Cluster 3 (ZML) zullen hier gevestigd worden ( www.passendonderwijs.nl ).
3.1.2 Algemene ontwikkelingen binnen het onderwijs
De Wet Passend Onderwijs geeft duidelijkheid aan de status van onze school.
Als expertisecentrum kunnen wij scholen helpen om leerlingen met een Cluster 3 indicatie zo goed mogelijk te begeleiden. Daarnaast kunnen wij leerlingen, die dat nodig hebben, speciaal onderwijs bieden.
Voor het eerst worden wij ingebed in een samenwerkingsverband. Door de splitsing van de SO- en VSO-afdeling zal dit vanaf 1 augustus 2013 om twee aparte samenwerkingsverbanden gaan.
De samenwerkingsverbanden beheren straks het geld dat wij nodig hebben om onze speciale zorg te kunnen blijven bekostigen. Omdat wij een regioschool zijn zullen we met veel samenwerkingsverbanden afspraken moeten maken. Geld zal het kind volgen. Dit is voor de school een geheel nieuwe manier van werken.
Door onze experimenteerstatus doen we de herindicaties zelf, objectief getoetst, en zullen we komend jaar ook de eerste indicatie zelf organiseren. Met het invoegen van de AB (ambulante begeleiding) in ons expertisecentrum hebben we direct zicht op de kinderen met een Cluster 3 zml-indicatie in de regio.
Nu wordt een dergelijk traject begeleid door het CvI en het ZAT van het samenwerkingsverband.
Het zou wenselijk zijn om dit binnen ons expertisecentrum te kunnen regelen, al was het maar uit het oogpunt van kosten reductie.
De besluiten die de besturen in de winter van 2011/2012 zullen nemen, bepalen de manier waarop wij kunnen voortbestaan. De korting die wij opgelegd krijgen op basis van Passend Onderwijs behelst zo’n 4 fte (d.w.z.48 leerlingen). Het nieuwe samenwerkingsverband SO en VSO zal in haar keuzes duidelijk moeten maken, dat ze uit haar zorgbudget onderwijs voor deze groep leerlingen wil financieren. Gebeurt dat niet dan overschrijden we gelijk de grenzen van onze mogelijkheden. In een afgeslankte vorm zullen we dan een soort uitvoeringsinstantie worden zonder autonomie.
3.1.3 Ontwikkelingen binnen het Cluster 3
Vooruitlopend op de landelijke ontwikkeling werken wij al volgens de wet Passend Onderwijs, die landelijk in 2012 worden ingevoerd. Samenwerking met Cluster 4 wordt hierin, waar wenselijk, meegenomen, evenals andere al dan niet experimentele ontwikkelingen. Binnen de regio Eemland is onze taakstelling op de Vosheuvel 315 leerlingen voor de SO- en VSO-afdelingen. Lees meer in het zorgplan.
3.2 Regionale en lokale ontwikkelingen
Deze ontwikkelingen zijn al beschreven in 3.1
3.3 De ontwikkelingen binnen het bestuur
Onze school maakt deel uit van de stichting Meerkring ( www.meerkring.nl), het openbaar schoolbestuur van Amersfoort. Momenteel zijn er gesprekken gaande met het bestuur van de Koningin Emmaschool om het expertisecentrum de Vosheuvel onder één bestuurlijk verband samen te voegen.
3.4 Overige ontwikkelingen
Het afgelopen schooljaar is de schoolleiding anders vorm gegeven. De SO- en VSO-afdeling worden autonoom aangestuurd door een adjunct-directeur. De directeur zorgt voor de verbinding. Voor de leerlingenzorg is er ook een SO- en VSO-coördinator; bijgestaan door de orthopedagoog. Daarnaast is een flinke stap voorwaarts gezet ten aanzien van het LVS, kwaliteitzorg en opbrengsten.
In dit hoofdstuk worden zowel de missie van het bestuur de als van het Regionaal Expertisecentrum (REaCtys) genoemd.
Daarnaast zal de missie van onze school worden beschreven.
4.1 Missie Bestuur Stichting de Meerkring
In hoofdstuk 5 staat de koppeling tussen Meerkringbeleid en de uitwerking op school beschreven.
In hoofdstuk 5.5.2 vindt u de koppeling met onze dagelijkse onderwijspraktijk.
Lees hierover op www.meerkring.nl/pages/nl/over_meerkring/missie
4.2 Missie REaCtys, Regionaal Expertise Centrum Cluster 3
Het Regionaal Expertisecentrum Cluster 3, Midden Nederland (www.reactys.nl) ziet het als haar missie Onderwijs en dienstverlening te verzorgen die uitgaan van:
- competentie van ZML/LG/MG/LZK-kinderen en hun ouders/begeleiders;
- thuisnabijheid en zo compleet mogelijk verspreid;
- verantwoorde kwaliteit;
- een centrale rol voor ouders/begeleiders van ZML/LG/MG/LZ-kinderen;
- toekennen in keuze en vormgeving;
- een goede afstemming tussen onderwijs en zorg.
Deze missie vertaalt zich in het motto: “ REaCtys: een rugzak vol mogelijkheden”
4.3 Missie van onze school
“In onze manier van werken zijn we herkenbaar als Meerkringschool (zie 4.1). Daarnaast willen wij ons onderwijs zo inrichten dat het ieder kind een stevige basis geeft voor een zo autonoom mogelijke plek in de maatschappij. Hierbij gaan we uit van ieders maximale mogelijkheden”.
4.4 Visie van onze school
Elke leerling heeft een eigen onderwijsbehoefte. Die onderwijsbehoefte vatten wij samen in een ontwikkel- of uitstroomperspectief. Dit perspectief helpt ervoor te zorgen dat de leerling bij hem of haar passend onderwijs krijgt.
De cognitieve ontwikkeling en de sociaal-emotionele ontwikkeling zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zelfvertrouwen en een positief zelfbeeld zien wij als basisvoorwaarden voor het welbevinden.
Bij het maken van onderwijsinhoudelijke keuzes staat het welbevinden van onze leerlingen voorop, ook als dit ten koste van de cognitieve ontwikkeling gaat. Talenten worden gestimuleerd en onvolkomenheden proberen we hanteerbaar te maken of te neutraliseren. Leerdoelen zijn niet afgestemd op een gemiddelde maar op het individuele kind.
Veilig betekent voor ons dat de leerling zichzelf mag zijn en handelt uit zelfrespect, maar ook dat het leert samenwerken in relatie met anderen . De pedagogisch-didactische vaardigheden van onze medewerkers zijn van een dusdanig niveau, dat we deze sterk gedifferentieerde aanpak kunnen waarborgen.
Dit zien we als de kracht van onze school.
We ondersteunen de ouders/verzorgers bij hun opvoedende taak, waar nodig vullen we die taak zelf in, al dan niet in overleg met andere instanties. Dat maakt onze leerlingen en ons onderwijs zo speciaal.
Hoofdstuk 5 Kwaliteitszorg
In dit hoofdstuk wordt eerst het begrip kwaliteitszorg toegelicht. Daarna wordt geschetst hoe op de school aandacht wordt besteed aan kwaliteit, waarbij wordt ingegaan op de volgende vragen:
Welke doelen worden gesteld?
Welke middelen worden ingezet ter verbetering?
Hoe wordt geëvalueerd? Hoe worden resultaten geborgd?
5.1 Kwaliteit en kwaliteitszorg: een cyclisch proces
Binnen REaCtys draait onze school mee met een aantal andere ZML-scholen in de cyclus kwaliteitszorg. Dit betekent, dat elke twee jaar een bepaalde doelgroep bevraagd wordt op een aantal kwaliteitskenmerken. De opbrengsten hiervan worden geanalyseerd op schoolniveau en de conclusies worden ingepast in het jaarplan. Deze hele cyclus wordt besproken in de MR.
Voor de kwaliteit van ons onderwijs zijn vier deelprocessen belangrijk:
- Meten en registreren (vragen naar meningen en het vastleggen van gegevens).
- Beoordelen en evalueren (de resultaten van de metingen/de vastgelegde gegevens worden beoordeeld: Voldoen we aan de norm en scoren we een voldoende?).
- Kwaliteitsbewaking of kwaliteitsverbetering (actiepunten opstellen aan de hand van de resultaten van de evaluatie: Hoe werken we aan die aspecten waarop we onvoldoende scoren? Welke middelen worden daarbij ingezet? Dit is een cyclisch proces).
- Organiseren van de kwaliteitszorg (op welke manier voeren we de processen binnen kwaliteitszorg uit?).
Een veelgebruikt model voor kwaliteitszorg is het INK-model (INK staat voor Instituut Nederlandse Kwaliteit).
In REaCtys verband werd het INK-model door onderzoek- en adviesbureau Oberon geanalyseerd en werd het model aangepast voor ZML.
Voor het aangepaste model zie figuur 5.1

Figuur 5.1 Schematische weergave kwaliteitszorgmodel: start- en vervolgdeel
Bron: Oberon (Eindverslag inventarisatie en uitwerkingkwaliteitszorgmodel)
5.2. Visie op kwaliteit en zorg voor kwaliteit.
Onze missie kent twee aspecten. Enerzijds de uitgangspunten van de Meerkringmissie
(zie 4.1) met de O’s van:
Ontwikkelen
Uitgangswaarde is wat het kind kan, niet wat het kind niet kan. Dit betekent dat we het ontwikkel-perspectief zo hoog mogelijk inzetten.
Ontmoeten
Ontmoeting tussen de veelkleurigheid in de maatschappij, cultuur en levensbeschouwing van mensen; kinderen, leerkrachten, ouders en de wereld om hen heen.
We zien ouders als partners in het leerproces.
Ontplooien
Kinderen worden opgevoed naar democratisch burgerschap en voorbereid op de uitdagingen van de maatschappij waarin ze leven. Zodanig dat ze zich erin thuis voelen en er zo volwaardig mogelijk aan deelnemen. Het leerstofaanbod is afgestemd op individuele roosterkeuzes met de nadruk op sociale vaardigheden en stage.
Opvoeding
Wij vinden dat opvoeden in beginsel de taak is van ouders/verzorgers. Op school komen kinderen echter andere omstandigheden tegen dan thuis. We zien onszelf als verlengstuk van ouders en zien het als taak een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van het sociale en emotionele gedrag van kinderen.
We proberen de kinderen te leren wat normen en waarden betekenen, zoals verdraagzaamheid en solidariteit en hoe je daarmee omgaat in de klas, op school en daarbuiten, bijv. lessen STIP (sociale redzaamheid) maar ook begeleiding tijdens de maaltijd of bij conflictsituaties.
Omgeving en veiligheid
Wij zorgen voor een veilige omgeving. Een plek waar wordt geluisterd en waar iedereen serieus wordt genomen. Waar aandacht is voor gezondheid, sporten en verantwoord eten. Een sfeervolle omgeving met duidelijke leefregels en structuur, waar iedereen zich prettig voelt. Daarom bieden wij mogelijkheden tot beweging, zowel tijdens de zwemles als in de gymzaal of op het plein. Ook wordt er actief gebruik gemaakt van de leefomgeving van de school.
Opvang en zorg
Elk kind is verschillend, heeft een ander tempo of temperament. Meerkringscholen zorgen voor Passend Onderwijs dat nauw aansluit bij de behoefte van ieder kind. Hierbij gaat het ook om buitenschoolse opvang en logeerhuizen.
Kernwaarden voor Meerkringscholen zijn:
- Open (transparantie van documenten en de organisatie)
- Contrastrijk (gedifferentieerde groepsindeling)
- Verfrissend (open staan voor nieuwe ideeen)
- Samenwerkend (mogelijkheden om in de klas te kijken
- Stimulerend (voorlopen op de wettelijke ontwikkelingen)
- Zelfredzaam (opbrengstgericht werken)
- Kwaliteit (teamscholing)
Anderzijds geven wij vanuit deze uitgangspunten ons speciale onderwijs vorm. De ontwikkel en uitstroomperspectieven vormen de leidraad van ons onderwijs. Vanuit dit perspectief wordt per leerling bepaald wat het kind kan, kan ontwikkelen, ontmoeten, ontplooien en waar we moeten sturen ten aanzien van opvoeding, veiligheid en zorg.
5.3. Beschrijving van de huidige situatie
We zijn op dit moment de cyclus aan het herhalen. Afgelopen jaar hebben teamleden en directie voor de tweede keer de zelfevaluatievragenlijst ingevuld. In 2011 volgt de waarderingsvragenlijst voor team en ouders. Hiermee hebben we een eerste opbrengst ten aanzien van de veranderende situatie binnen school op gebied van aansturing, communicatie en agressieregulatie.
5.4 Beleidsvoornemens voor de komende periode
Voor deze informatie verwijzen wij u naar het jaarplan.
Opbrengsten worden gedeeld met de MR en bestuur.
In 2011 heeft er een tevredenheidonderzoek bij ouders en leerkrachten plaatsgevonden. De opbrengsten van dit onderzoek en de voorlopige conclusies zijn te lezen onder de links: kwaliteitsonderzoekresultaten en brief aan ouders.
In hoofdstuk 6 worden zowel de strategie van de school als de concrete beleidsvoornemens voor de komende periode beschreven. Deze beleidsvoornemens vloeien voort uit landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen en de missie van de school.
Daarbij komen de volgende onderwerpen aan de orde:
6.1 Inleiding beleidsvoornemens: van intentie naar doelstelling
Waar we vandaan komen…. en waar we nu staan
De afgelopen twee jaar is de school zich aan het heroriënteren op hoe we als school willen/moeten werken. Daarbij komt ook de vraag boven van wat we samen kunnen doen binnen Meerkring, REaCtys en/of de Vosheuvel en waarin we uniek zijn. Alle ontwikkelingen rond Passend onderwijs kennen hun eigen dynamiek en deze ontwikkeling en die van school lopen niet altijd in de pas.
Veiligheid is thema nummer 1 geweest, zowel voor leerlingen als leerkrachten.
Een agressie-regulatie traject is in januari 2011 afgerond; de afspraken liggen vast in een protocol.
Jaarlijks zal dit onderwerp teambreed terug komen als opfrisser en het eventueel aanpassen van de protocollen.
De protocollen geven houvast voor adequaat handelen.
De risico-inventarisatie is op de Vosheuvel breed vastgesteld via de beheercommissie. Hetzelfde geldt voor de scan die de Arbeidsinspectie begin 2010 heeft uitgevoerd.
Wensen, voorwaarden en afspraken zijn hiermee op elkaar afgestemd.
Fysieke en sociale veiligheid is dus beschreven en besproken. Hiermee zijn wel voorwaarden ingevuld, maar is er inhoudelijk nog niets met ons onderwijs gebeurd.
Vanuit de analyse rond veiligheid hebben we naar ons onderwijs gekeken. Hoe is gedrag reguleerbaar en welk gedrag is reguleerbaar? Antwoorden op deze vragen hebben geleid tot een veilig leerklimaat en de visie-uitspraak:
“De school biedt het kind een veilige omgeving”.
“Veilig” betekent dat de leerling zichzelf mag zijn en handelt uit (zelf-)respect. Dat betekent ook dat hij/zij leert samenwerken met anderen.
De gesprekscyclus, geldend binnen de Meerkring, is opgepakt en in het schooljaar 2010/2011 heeft elk personeelslid één of meer functioneringsgesprekken gehad en tevens een beoordelingsgesprek.
Geschreven verwachtingen moeten ook waargemaakt worden.
Er wordt nagedacht of een andere wijze van indelen tot effectiever onderwijs kan leiden. Binnen de SO-afdeling zijn de groepen gedifferentieerd samengesteld. Kinderen kunnen steeds daar geplaatst worden waar de te verwachten opbrengsten het hoogst zijn.
Leerdoelen in het LVS zijn dusdanig ingedeeld, dat er zicht is op welke ontwikkeling gemaakt kan worden zonder dat het kind overvraagd wordt. Dat betekent dat afspraken worden nagekomen. Dit wordt vastgelegd in een bouwplan en het individuele handelingsplan. Het laatste wordt door ouders ondertekend. Het schooljaar 2011-2012 is een proefjaar.
De indeling op de VSO-afdeling is meer praktisch gericht op de uitstroom. Wat heeft een kind nodig om zo goed mogelijk toegerust een eigen plek in de maatschappij te verwerven.
De doelen in het LVS worden hierop toegesneden op de peilers wonen, vrije tijd, burgerschap en arbeid. Ook hier wordt gewerkt met een bouwplan en een individueel handelingsplan. We zijn druk bezig met de transformatie van het met de hand ingevulde formulier naar een digitale versie. Dat laatste moet de efficiëntie ten goede komen en ruimte opleveren binnen het taakbeleid. Ter objectivering toetst de CvB deze ontwikkeling aan de wettelijke kaders.
Klik voor meer informatie op UITSTROOM VSO
6.2 Onderwijskundig beleid (onderwijs en leren)
In deze paragraaf wordt beschreven wat de doelen en de inhoud van ons onderwijs zijn. Daarna worden de beleidsvoornemens voor de komende periode genoemd.
6.2.1 Algemene onderwijsdoelstelling
Ons onderwijs is gericht op de invoering van de ontwikkel-/uitstroomperspectieven die in de SO-afdeling in 2012 geïmplementeerd moeten zijn en in de VSO-afdeling in 2013. Daarnaast is de focus gericht op verdere verfijning van de herindicaties (RNPOE) en de eerste indicatie. Deze ontwikkelingen betekenen een herijking van ons lesaanbod. Daarnaast zal de samenwerking met de Koningin Emmaschool worden geïntensiveerd, vooral op gebied van praktijkvakken in de VSO-afdeling en stage. Ons vernieuwde netwerk biedt mogelijkheden om het ICT-onderwijs anders aan te bieden en ook de introductie van digitale schoolborden zal o.a. de visualisatie mogelijkheden van ons onderwijs vergroten. In onze visie is helder verwoord hoe wij aankijken tegen de relatie tussen leerbaar zijn en dat wat nodig is om die leerbaarheid te vergroten.
6.2.2 Vorm en inhoud van het (V)SO-onderwijs
|
Aanbod
4- 6 jaar |
Aanbod
6-8 jaar |
Aanbod
8-10 jaar |
Aanbod
10-12 jaar |
Uitstroom advies
Aan het einde van de SO afdeling: evaluatie ontwikkelingsperspectief, vaststellen
uitstroomprofiel |
Ontwikkelings-perspectief A |
Observatieperiode
In beeld brengen van de mogelijkheden op de leerlijnen:
Planciusleerlijnen en ZML leerlijnen t/m niveau 3
Aan het einde van de instroomgroep bepalen eerste ontwikkelingsperspectief |
Planciusleerlijnen 3 en 4
|
Planciusleerlijnen 5 en 6 |
Niveau 1 ZML leerlijnen |
Uitstroom naar VSO MG
ZML leerlijnen gemiddeld niveau 1 |
Ontwikkelings-perspectief B |
Niveau 1 ZML leerlijnen
|
Niveau 2 ZML leerlijnen |
Niveau 3 ZML leerlijnen |
Uitstroom naar VSO ZML:
ZML leerlijnen gemiddeld niveau 3 |
Ontwikkelings-perspectief C |
Niveau 3 en 4 ZML leerlijnen
|
Niveau 4 en 5 ZML leerlijnen |
Niveau 5 en 6 ZML leerlijnen |
Uitstroom naar VSO ZML:
ZML leerlijnen gemiddeld niveau 6 |
Ontwikkelings-perspectief D |
Niveau 4 en 5 ZML leerlijnen
|
Niveau 6 en 7 ZML leerlijnen |
Niveau 8 en 9 ZML leerlijnen |
Uitstroom naar VSO ZML:
ZML leerlijnen gemiddeld niveau 9
Uitstroom naar PRO:
ZML leerlijnen minimaal niveau 9 mits harmonisch profiel |
Klik voor meer informatie op:
beleidsontwikkeling instroom leerlingen
beleidsontwikkeling bouwplan 6-8 jarigen
beleidsontwikkeling bouwplan 8-10 jarigen
beleidsontwikkeling bouwplan 10-12 jarigen
beleidsontwikkeling bouwplan 12-14 jarigen
6.2.3 Het bepalen van het uitstroomperspectief van een leerling: het opstellen van een leerlingprofiel
Klik voor informatie op PLAN VAN AANPAK 2010-2012 VSO
6.2.4 De leerroutes
Zie schema 6.2.2 de horizontale lijn.
Voor ieder ontwikkelperspectief is een passende leerroute. De gevolgde leerroute kan per vakgebied wisselen.
6.2.5 Beleidsvoornemens komende periode
Lees voor informatie 6.2.2
6.3 Pedagogische uitgangspunten (Zorg en begeleiding)
Klik voor meer informatie op
Zorgplan 2011-2015
Zorgplan RNPOE Eemland
Beleidsplan
In deze paragraaf wordt de visie de school op inbreng van ouders en verzorgers beschreven. De huidige situatie komt eerst aanbod. Daarna worden de beleidsvoornemens en concrete doelstellingen voor de komende periode genoemd.
6.4.1. Visie op relatie met ouders en verzorgers
In ons jaarplan 2010/2011 (klik hierop voor meer informatie) staat de relatie met ouders als volgt omschreven. Bij het woord “ouders” kunnen we ook “verzorgers” lezen.
“Ouderbetrokkenheid vergroten en behouden wordt gerealiseerd door frequente uitnodigingen aan ouders om in de school te komen en mee te werken aan activiteiten. Handelingsplan besprekingen hebben een verplicht karakter.
Schriftelijke communicatie vanuit school wordt verwoord op een voor iedere ouder begrijpelijke manier, ongeacht hun opleidingsniveau.
De school communiceert verwachtingen t.a.v. ouderparticipatie naar ouder”.
Daarnaast staat in onze schoolgids het volgende over onze gedachte over onderwijs en opvoeding:
“Kinderen gaan naar school voor onderwijs en de opvoeding krijgen ze thuis”. Zo simpel als hier gesteld is de praktijk echter niet en zeker niet voor de doelgroep van onze school.
Wij geven op onze school onderwijs voor zover dit kan met betrekking tot de mogelijkheden van de leerling. Daarnaast is onze missie om kinderen zo zelfstandig mogelijk te maken waardoor ze zich zo goed mogelijk staande kunnen houden in onze maatschappij, met of zonder hulp. We laten ze graag zo goed mogelijk toegerust uitstromen naar de maatschappij.”
Een aantal van onze leerlingen hebben geen eigen gezin als basis maar wonen bij een pleeggezin of instelling.Dit betekent dat we ook ten aanzien van de zelfstandigheidbevordering maatwerk willen leveren; elk kind dat bieden wat hij of zij op dat moment van ons nodig heeft. Hierbij streven we naar een zo goed mogelijke samenwerking met ouders/verzorgers. We worden hierbij ondersteund door de schoolarts en de schoolmaatschappelijk werker. Opvoeding en onderwijs lopen dus voortdurend in elkaar over. Leren rekenen of lezen is helder, dat is onderwijs. Het toepassen in de praktijk wordt al meer opvoeding. Voor een leerling die op school zindelijk is maar thuis niet, vinden we het vanzelfsprekend om met de ouder/verzorger naar oplossingen te zoeken en advies te geven. Is dit onderwijs of opvoeding? Kortom, wij zien ons als partner in het proces wat een kind doorloopt naar volwassenheid.
Hulp c.q. ondersteuning aan ouders/verzorgers loopt via de CvB. In gevallen waarbij wij als CvB denken dat grenzen overschreden worden, de zorg voor onze leerlingen in het geding is, dan zullen wij vanuit onze verantwoordelijkheid die stappen zetten die nodig zijn om de zorg weer op het goede niveau te krijgen.
6.4.2 Uitwerking van de visie op samenwerking
Welke middelen worden ingezet voor communicatie met ouders:
- De SO- en de VSO-afdeling maken elk kwartaal een informatieve nieuwsbrief met een terugblik in beeld en tekst over de afgelopen periode en een vooruitblik naar het komende kwartaal.
Hier wordt ook een agenda en algemene informatie aan toegevoegd. Daarnaast geeft zowel de SO- als de VSO-afdeling aan de leerlingen elke maand een kalender mee. Tussentijdse informatie en belangrijke gebeurtenissen worden in een aparte brief gecommuniceerd. Daarnaast houden we de website actueel met o.a. filmpjes over leerlingen en activiteiten.
- Binnen de ouderraad (OR)en de medezeggenschapsraad (MR) wordt regelmatig stilgestaan hoe de betrokkenheid van ouders vergroot kan worden. Een substantieel deel van onze leerlingen woont bij een instelling en vanuit de groepsleiding is wel betrokkenheid voor het directe schoolgebeuren maar niet voor het werk achter de schermen. Zowel de SO- als de VSO-afdeling beginnen het jaar met een informatieavond. Dit om kennis te maken en ouders te informeren over de plannen voor het schooljaar. Ook heeft een inloopmiddag/ochtend en kunt u bij beide afdelingen een afspraak maken om te komen kijken.
- In de MR en de OR zijn de ouders vertegenwoordigd. Het kost moeite om hier voldoende kandidaten voor te vinden. De beide raden zijn geen weerspiegeling van de ouderpopulatie van onze school. Veel van onze ouders zijn wel direct betrokken als het om hun eigen kind gaat, maar hebben slechts beperkt belangstelling als het om meer algemene zaken gaat.
We proberen jaarlijks twee keer een activiteit op school te organiseren, waarbij alle ouders uitgenodigd worden. Dit gaat dan om een kerstviering of eindavond. Bij zo’n activiteit is de betrokkenheid veel groter.
- In het voorjaar van 2011 is voor de tweede keer aan ouders gevraagd om deel te nemen aan een tevredenheidonderzoek. Dit past in onze cyclus van kwaliteitszorg. Daarnaast functioneert er op school een MR met vertegenwoordiging in de GMR. Het reglement van de MR voorziet erin, dat helder is waar om advies en waar om instemming wordt gevraagd.
Lees meer door te klikken op
(www.meerkring.nl/pages/nl/over_meerkring/organisatie/gmr)
- Regelmatig is er op de SO-afdeling de mogelijkheid voor ouders/verzorgers om een ochtend/middag mee te draaien.
Op de hele school bestaat de mogelijkheid voor ouders/verzorgers om een afspraak te maken om een keer mee te kijken in een les.
De MR is lid van de Vereniging voor Openbaar Onderwijs (www.voo.nl).
6.4.3 Beleidsvoornemens voor de komende periode
Lees voor informatie het jaarplan.
6.5 ICT en overige moderne media
ICT en moderne media zijn middelen om het primaire proces op een efficiënte manier vorm te geven.
In deze paragraaf staat beschreven welke middelen wij daarbij inzetten en op welke manier wij de situatie op het gebied van ICT en nieuwe media in de toekomst willen verbeteren ten behoeve van het onderwijsproces en de zorg en begeleiding.
6.5.1. Beschrijving visie ICT-beleid
Onze school is in het voorjaar van 2012 op een nieuw netwerk in eigen beheer over gegaan.
Dit netwerk is net zo opgebouwd als het netwerk van de Koningin Emmaschool en kan ook aan elkaar gekoppeld worden. Doel van dit netwerk is om de individuele aansturing per leerling te vergroten en de digitale toepassingen voor de leerkracht beter toegankelijk te maken. Ook is de software geactualiseerd.
Er is ook één ICT-werklokaal waar efficiënt met een groep kan worden gewerkt.
Tot heden kregen de VSO-leerlingen vaardighedenonderwijs op de computer. Dit moet het komende jaar aangepast worden aan vaardigheden die nuttig zijn t.a.v. het uitstroomperspectief. Binnen de SO- en VSO-afdeling moet voortdurend gekeken worden naar efficiënte software om het leerproces te ondersteunen.
ICT is ook een middel om beter in te kunnen spelen op de individuele behoeften van kinderen (meervoudige intelligentie) en om het onderwijs visueel en auditief te kunnen ondersteunen.
6.5.2. Strategie: Beschrijving huidige materiële situatie materiaal
Hardware is per lokaal een leerkracht computer met een paar extra werkplekken.
Software is geactualiseerd aan de situatie van 2011.
Netwerk is in 2011 vernieuwd en wordt actueel gehouden in eigen beheer.
6.5.3. Strategie: Ontwikkeling en onderhoud
De school heeft binnen Meerkring steeds gewerkt met een leerkracht die ICT als taak had. Inmiddels wordt het netwerk beheerd door een ICT’er die het beheer als enige taak heeft.
6.5.3. Strategie: training en scholing
Als de hardware geïnstalleerd is zal er individueel geschoold moeten worden om het zo te kunnen gebruiken als bedoeld is. Daarnaast zal er collectieve scholing moeten plaatsvinden voor het gebruik van digitale schoolborden (in welke vorm dan ook).
6.6 Schoolorganisatie
Paragraaf 6.6 geeft de visie van onze school op ‘de school als organisatie’ weer. Daarbij wordt aangegeven op welke manier de kernwaarden zijn terug te vinden in de schoolcultuur van onze school. Ook wordt beschreven hoe de structuur van de organisatie in elkaar zit.
Daarna worden beleidsvoornemens voor de komende periode genoemd, waaruit concrete doelstellingen voor het komende jaar voortvloeien.
6.6.1 Visie op de school als organisatie
Wat wij als school kunnen bereiken is afhankelijk van de kwaliteit van het personeel. Daarnaast zijn er vele factoren die van invloed zijn op dat personeel (Passend Onderwijs, financiële kaders, formatie e.d.).
De directeur is voorwaarde scheppend om het potentieel aan kwaliteit zo goed mogelijk te benutten binnen de begrenzing van wet en regelgeving. Om dit te bereiken is de school gesplitst in twee redelijk gelijkwaardige delen, de SO- en de VSO-afdeling. In 2013 zal de VSO-afdeling gaan vallen onder het voortgezet onderwijs. Beide afdelingen worden aangestuurd door een adjunct-directeur, die ook nog meer dan 50% lesgevende taken heeft.
Om de beschikbare menskracht zo goed mogelijk te benutten wordt gewerkt binnen de kaders van het taakbeleid van de Meerkring. De SO- en VSO-afdeling hebben een gelijke urentabel. Jaarlijks wordt er zowel individueel als collectief geschoold om de kwaliteit te vergroten. Binnen de arbeidsvoorwaarden valt ook het faciliteren van voorzieningen om het werk zo goed mogelijk te kunnen doen.
6.6.2 Beschrijving van de schoolcultuur
De leerkrachten in de school hebben jaren gehandeld vanuit de oplossing van een probleem.
Door allerlei oorzaken is de aansturing niet structureel geweest en was er een geest van “overleven”.
De afgelopen twee jaar is de structuur helder vorm gegeven en is de aansturing vooral gericht op structurele oplossingen en toekomstgerichte keuzes. Wat gebleven is, is het gevoel van gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. Ook dit zal nog verder gestroomlijnd moeten worden om verantwoordelijkheid en inzet verder te effectueren. Door de training Human Dynamics hebben we ingezet op een basis van communicatie, die gericht is op wederzijds begrip voor wijze van denken en communiceren. Dit om ieders kwaliteit optimaal in te kunnen zetten.
6.6.3 Beschrijving van de schoolstructuur
De school wordt aangestuurd vanuit een MT, waarin de directeur, de adjunct-directeur SO en de adjunct-directeur VSO zitting hebben. Naast het MT is er een PMT, waarin het MT, de zorg coördinator SO/VSO en de orthopedagoog zitting hebben.
Daarnaast hebben we nog de Commissie van Begeleiding (CvB) die voorgezeten wordt door de directeur.
Dit orgaan is het objectieve geweten van onze zorg voor o.a. toelating of verwijdering van leerlingen, groepsindeling, vaststelling onderwijs en uitstroomperspectieven. Naast het PMT en directeur zijn ook het schoolmaatschappelijk werk en de schoolarts in de CvB vertegenwoordigd.
Personeel en ouders zijn vertegenwoordigd in de Medezeggenschapsraad, die instemming of advies kan geven t.a.v. het schoolbeleid. Teamleden hebben ruggespraak in de SO- en VSO-overlegmomenten, tijdens studiedagen en de algemene teamvergaderingen. MT en PMT hebben een eigen ontwikkelagenda en koppelen deze waar nodig en mogelijk aan elkaar tijdens gemeenschappelijke overleg momenten. MT en PMT rapporteren opbrengsten naar elkaar en naar het team. Ook de CvB koppelt de notulen terug naar de organisatie, evenals de MR. De directeur is eindverantwoordelijk in dit proces en koppelt ontwikkelingen terug naar het team in een wekelijkse info.
6.7 Personeelsbeleid
Personeel maakt 85 % uit van onze begroting. Elke aanpassing van ons financiële kader heeft direct invloed op de personele situatie. Als onderdeel van Stichting Meerkring heeft veranderend beleid op gebied van toewijzing direct gevolgen voor onze formatie. Gelukkig weten we het belang van onze organisatie voldoende inzichtelijk te maken.
Binnen het Meerkring beleid staat de wet Bio centraal. Al sinds zes jaar meten we de kwaliteitsbeleving binnen onze school. Met deze opbrengsten kunnen we competenties en vaardigheden verbinden aan de uit te voeren werkzaamheden.
Human Dynamics heeft ons inzage gegeven in het effectief communiceren en wat er nodig is om met elkaar in gesprek te komen. Als de doelen helder zijn kan ieder daar op de voor hem of haar meest effectieve wijze naar toe werken met een 10 als uitgangspunt. Samenwerken en gebruik maken van elkaars sterke kanten moeten de effectiviteit verhogen, hetgeen ook de opbrengsten (gerealiseerde doelen) verhoogt.
Op personeelsgebied is er helaas de laatste jaren sprake van krimp zonder afname van leerlingen.
De bezuiniging die we in het kader van Passend Onderwijs moeten doorvoeren zal nogmaals ruim zo’n 4 fte kosten. Het is nog onduidelijk hoe dit gerealiseerd kan worden zonder het voorkomen van onwerkbare groepen.
Veel wordt duidelijk als het nieuwe samenwerkingsverband gevormd is. We zullen intensief binnen het experiment Eemland en bij de huidige samenwerkingsverbanden lobbyen voor onze zaak . Daarnaast zullen we zelf moeten snijden in overhead. Of dit de kwaliteit ten goede komt is twijfelachtig. Onze grootste bedreiging is als we onze autonome zorg (logopedie, orthopedagoog, mrt e.d.) verliezen. Door het creëren van nieuwe functies, het binnenhalen van de AB, het herverdelen van verantwoordelijkheden en het beste willen voor onze leerlingen blijven we een uitdagende werkomgeving bieden.
6.7.1 Visie op personeel(sbeleid)
De bewerkelijkheid van onze kinderen vraagt veel aandacht. Zorgassistentie is alleen al noodzakelijk voor een groeiende groep kinderen, die lichamelijke verzorging nodig hebben. Daarnaast zijn er assistenten die door kunnen groeien tot leerkrachtondersteuner.
6.7.2 Beschrijving van het integrale personeelsbeleid
Ons integrale personeelsbeleid is gebaseerd op de uitgangspunten van www.meerkring.nl
In 2011 hebben we onze eerste excellente leerkracht mogen benoemen. In de komende jaren zullen we dit beleid uitbouwen.
Binnen de school zijn ook vrijwilligers actief. Deze mensen zijn deels ondersteunend bij lesgeven, deels ondersteunend aan de conciërge. De maximale vergoeding is de belastingvrije vrijwilligersvergoeding en allen werken met een contract volgens de richtlijnen van de Meerkring.
6.8 Financieel en materieel beleid
In deze paragraaf leest u wat de visie van onze school is op financieel en materieel beleid en op welke manier dit beleid wordt uitgevoerd.
6.8.1 Visie op financiële en materiële zaken
Ons financiële beleid is gekoppeld aan het financiële beleid van de Meerkring. Jaarlijks stellen we een begroting op en herijken we het MIP. We zijn jaarlijks afhankelijk van de financiële situatie van dat moment of de doelen van het MIP gerealiseerd kunnen worden. Het gebouw wordt beheerd door een aparte beheerstichting met een autonome begroting. Naast deze vaste inkomsten genereren we ook middelen via niet vaste bronnen. Vaak is dit in materiële zin. Sponsoring valt onder de gedragscode van de Meerkring.
Ook werken we nauw samen met Matchpoint (www.matchpointamersfoort.nl ).
6.8.2 Beschrijving van de huidige situatie: materieel en financieel
De school is financieel gezond. Einde schooljaar 2009-2010 is deelname aan het ESF-traject gestopt.
We verwachten geen tegenvallers meer bij de uiteindelijke afrekening.
6.8.3 Beschrijving van de huidige situatie
De begroting wordt jaarlijks vastgesteld op basis van de voorwaarden van de Meerkring en is ook goedgekeurd door de MR.
6.8.4 Beschrijving van de huidige situatie: taken in beheersing van financiële middelen
De directeur is eindverantwoordelijk maar de middelen worden beheerd door het secretariaat in samenwerking met het administratiekantoor OSG. De SO- en VSO-afdeling beheren autonoom de materiële middelen.
