logo school

 

 

terug naar de documentensite

 

 

 

zorgplan

 

2011-2015

 

INLEIDING


In dit zorgplan staat beschreven hoe de zorg op groepsniveau, schoolniveau en bovenschools niveau wordt vormgegeven. Dit zorgplan valt onder hoofdstuk 6.3 van het schoolplan.

We zijn er ons van bewust dat uitvoering van dit zorgplan na 2013 mogelijk onder druk komt te staan, als gevolg van de aangekondigde bezuinigingen in het Speciaal Onderwijs (bekostiging Passend Onderwijs).

Joanneke Koster
Hanny Steert
Jacqueline Groenewold

Augustus 2011

      

HOOFDSTUK 1            TOELATINGSPROCEDURE

Om toegelaten te worden tot de Dr. A. van Voorthuysenschool heeft de leerling een besluit tot toelating nodig van de Commissie van Indicatiestelling (CvI).
Dit besluit noemen we een indicatie. De CvI is een uitvoerend orgaan van de overheid dat is ondergebracht bij het expertisecentrum REaCtys (www.reactys.nl)in Baarn.
Deze commissie heeft tevens als taak de ouders te ondersteunen bij het aanvragen van de indicatie en bij het compleet maken van het dossier.
Dit voortraject gebeurt door het Bureau voor Indicatiestelling.

Aanmelding/plaatsing

Ouders oriënteren zich en maken een afspraak op de Dr. A. van Voorthuysenschool. Zij komen voor een oriëntatie/intakegesprek met de coördinator leerlingenzorg van de SO- of VSO afdeling. Bij de uitnodiging wordt gevraagd om de CvI beschikking - indien al aanwezig - mee te nemen.
Wanneer ouders besluiten tot aanmelding wordt het aanmeldingsformulier (klik op dit formulier voor de link)van de school direct ingevuld en ondertekend met hierop de toestemming om gegevens bij derden op te vragen (CvI, school van herkomst e.d.). .
De coördinator leerlingzorg maakt een dossier en licht de leden van het Pedagogisch Managementteam (PMT) en/of Commissie van Begeleiding (CvB) in.
Als het dossier compleet is, gaat de coördinator leerlingzorg eventueel begeleid door de psycholoog en/of de leerkracht* op oriënterend bezoek bij de dagbesteding of school van herkomst van de leerling. Het aanmeldings-formulier gaat naar de leden van de CvB die zich, vanuit hun expertise, oriënteren op de leerling.

* in dit document wordt steeds gesproken van “leerkracht”. In geval het deeltijders betreft dient hier gelezen te worden “leerkrachten”. In het VSO wordt meestal gesproken van “mentor(en)” en “vakleerkracht(en)”. Ten behoeve van de leesbaarheid is hier gekozen voor het woord “leerkracht".

De leerling wordt uitgenodigd voor een kennismakingsbezoek van één of meerdere dagdelen. De keuze voor een groep is afhankelijk van de leeftijd, het ontwikkelingsniveau en de sociale redzaamheid. Doordat wij met parallelgroepen werken, kan de groepssamenstelling ook meespelen bij de keuze van een groep voor de nieuwe leerling. Tijdens het bezoek kunnen leerkrachten en de leden van het PMT zich een beeld vormen van de desbetreffende leerling.Ook kunnen schoolarts en schoolmaatschappelijk werk geconsulteerd worden (CvB).

Na deze observatie in de groep wordt de leerling besproken in de vergadering van de CvB en besluiten de leden of de leerling wordt aangenomen.
Het uitgangspunt voor deze beslissing zijn de in de schoolgids beschreven criteria(klik op schoolgids voor de link).

Vervolgens wordt er een toelatingsrapport geschreven.
Hierin worden de handelingsadviezen voor de eerste 4 weken gegeven op basis van dossieranalyse en eventueel een observatie.
De coördinator leerlingenzorg overlegt in welke groep het kind geplaatst wordt, belt de ouders en maakt een afspraak wanneer het kind kan komen. Zij stelt de leerkracht en de adjunct van de afdeling op de hoogte.
Wanneer een leerling niet wordt aangenomen, proberen we gericht door te verwijzen c.q. ouders/verzorgers te helpen een geschikte plaats te vinden binnen REC 3 of elders.

Sinds 1 augustus 2010 is onze school partner in het experiment “Passend Onderwijs Eemland”. Vanuit deze status mogen we afwijken van geldende regels mits we aan de vooraf bepaalde criteria voldoen. Dit betekent dat de actuele situatie kan afwijken van wat hier is beschreven.
 
1.2 Kennismakingsperiode
De kennismakingsperiode bestaat uit twee onderdelen:

  • Bezoek aan de school van herkomst of dagbesteding.
  • Bezoek aan de beoogde groep.

1.2.1 Bezoek aan de school van herkomst of dagbesteding
Het bezoek aan de school van herkomst of dagbesteding wordt gedaan door de coördinator leerlingenzorg (eventueel begeleid door de psycholoog of de leerkracht). De coördinator leerlingzorg bereidt het bezoek voor. Tijdens het bezoek wordt een inschatting gemaakt van het kind in zijn huidige situatie.
Hierbij wordt o.a. gekeken naar:

  • werkhouding
  • gedrag binnen de (leeftijdsgroep)
  • cognitie
  • sociaal emotionele ontwikkeling 

De observaties en ingewonnen inlichtingen worden besproken  in de CvB.

1.2.2 Kennismakingsbezoek aan de beoogde groep
De leerling wordt door de coördinator leerlingzorg uitgenodigd voor een bezoek op onze school. De coördinator leerlingzorg bereidt dit bezoek voor met de desbetreffende leerkracht en de ouders. De duur van het kennismakingsbezoek wordt in principe bepaald door de CvB.
Dit gebeurt doorgaans op basis van praktische omstandigheden en de gegevens van het CvI dossier. Soms bezoekt een kind twee groepen om te beoordelen in welke groep het kind het beste past.
Tijdens het bezoek wordt door de leerkracht een inschatting gemaakt van het kind in onze school. Er wordt o.a. gekeken naar:

  • werkhouding
  • gedrag binnen de (leeftijds)groep
  • cognitie
  • sociaal emotionele ontwikkeling

De leerkracht rapporteert zijn bevindingen aan de coördinator leerlingenzorg, die deze op haar beurt weer bespreekt in de CvB. De psycholoog verricht soms een observatie in de klas en brengt daarvan ook verslag uit aan de CvB.

Het is mogelijk dat één van beide onderdelen voldoende wordt geacht om een inschatting te maken van de leerling. Dit wordt soms reeds in het PMT besloten waarna altijd echter verantwoording wordt afgelegd in de CvB.

1.3 Begeleiding en toelating
De CvB beoordeelt of een kind dat aangemeld wordt met een ZML indicatie op onze school geplaatst kan worden.
De beoordeling wordt op schrift gesteld in de vorm van een toelatingsrapport met daarin de beginsituatie en het ontwikkelings-/uitstroomperspectief van de leerling. Eventueel door de CvB gegeven handelingssuggesties voor de leerkracht worden in het toelatingsrapport opgenomen.
Dit toelatingsrapport wordt samengesteld door de coördinator leerlingzorg of de psycholoog. Bij twijfel kan de CvB een tijdelijke plaatsing afgeven.

1.4 Aanmeldingsroute bij leerlingen zonder eerste indicatie

Loket REaCtys:

  • Ouders/verzorgers melden zich aan bij het loket van REaCtys (Bureau voor Indicatiestelling).
  • Het loket verzamelt de informatie.

      pijl                    

Commissie van Indicatie (CvI):
  • Leerling krijgt dossier: waarin o.a. psychologisch onderzoek, onderwijskundig rapport, didactisch onderzoek, SRZ.
  • Leerling krijgt indicatie REC 3.

pijl

  • Ouders oriënteren zich op scholen (ZMLK  of reguliere scholen met rugzak)

pijl

Ouders kiezen voor plaatsing op de Dr. A. van Voorthuysenschool.
Coördinator leerlingzorg zet de volgende zaken in gang:

  • Leerling wordt bezocht op de school van herkomst of dagbesteding en/of leerling wordt uitgenodigd voor een kennismakingsbezoek.
  • Informatie betreffende de leerling wordt verzameld door het mee te laten draaien en gegevens op te vragen.
  • Ouders/verzorgers vullen het aanmeldingsformulier in.
  • Ouders/verzorgers leveren een kopie in van een officieel document met het Burgerservicenummer van de nieuwe leerling.
  • De coördinator leerlingenzorg verzamelt alle info en stelt in overleg met de psycholoog een voorlopig ontwikkelingsperspectief voor.
  • Dossiermap wordt aangelegd door coördinator leerlingenzorg
  • De plaatsing wordt geagendeerd op de volgende bijeenkomst van de CvB.

 

Aan het eind van het kennismakingsbezoek  meldt de coördinator leerlingenzorg aan de ouders/verzorgers wanneer de plaatsingsbespreking is en wanneer er een volgend contact verwacht kan worden.

pijl

Plaatsingbespreking in CvB:

  • Dossier wordt ingebracht door coördinator leerlingenzorg.
  • Aanwezigen vullen aan/stellen vragen vanuit hun eigen vakgebied.
  • Indien nodig wordt aanvullende informatie ingewonnen en komt de leerling terug op de eerstvolgende CvB.
  • Indien wordt besloten tot plaatsing, wordt het voorlopige ontwikkelingsperspectief/ uitstroomperspectief van het kind vastgesteld. NB Indien er binnen de CvB verschil van mening bestaat betreffende het voorlopige ontwikkelings/ uitstroomperspectief, wordt het hoogste voorlopig overgenomen. Dit vanuit de wetenschap dat hoge verwachtingen behulpzaam zijn bij het verkrijgen van goede onderwijs resultaten.
  • Gelegenheid tot het geven van handelingssuggesties.

pijl

Na plaatsing:

  • Uitkomst van de plaatsingsbespreking wordt besproken met de ouders/verzorgers door de coördinator leerlingenzorg.
  • Uitkomst van de plaatsingsbespreking wordt door de coördinator leerlingenzorg besproken met de betrokken leerkracht.
  • Het toelatingsrapport wordt samengesteld door de coördinator leerlingenzorg of psycholoog. Ontwikkelingsperspectief/uitstroomperspectief wordt hierin opgenomen.
  • Het toelatingsrapport wordt ondertekend door de voorzitter van de CvB (directeur) en opgenomen in het dossier van het kind.
  • Toelatingsrapport gaat naar leerkracht en de CvB.

NB: Tot op heden wordt het toelatingsrapport niet gedeeld met de ouders/verzorgers. Overwogen wordt om dit wel te gaan doen en hen in de gelegenheid te stellen aanvullingen te geven op de handelingssuggesties voor de eerste 4 weken. Zij kennen het kind immers het beste.

  • De maatschappelijk werker en de jeugdarts nodigen het kind met zijn ouders/verzorgers uit voor een kennismakingsgesprek. Eventueel in de vorm van een huisbezoek (dit ter beoordeling van de deskundigen).
  • Binnen één maand na plaatsing maakt de leerkracht een handelingsplan (het groepsplan van de desbetreffende groep dient hierbij als uitgangspunt). Dit plan wordt besproken met de ouders/verzorgers en door hen ondertekend.

 

HOOFDSTUK 2.     ZORGTRAJECT OP GROEPSNIVEAU

2.1 Aanvangsperiode
Bij de aanmelding van een leerling wordt direct een start gemaakt met het inschatten van de zorg en onderwijsbehoeftes van de leerling.
Zowel de leerkracht als de coördinator leerlingenzorg als de psycholoog, de arts en de maatschappelijk werker maken op basis van hun expertise een inschatting van hetgeen de leerling nodig heeft om zich maximaal te kunnen ontplooien.
De coördinator leerlingzorg zorgt dat de aanbevelingen in het toelatings-rapport een vervolg krijgen als het zaken betreft die klas overstijgend zijn
(bv. onderzoeken of aangepast meubilair noodzakelijk is). 
De eerste verantwoordelijkheid voor de extra zorg en aandacht na de start op school ligt bij de leerkracht.  Het is de taak van de leerkracht om een leerling nauwlettend te volgen in de ontwikkeling en de leerling te begeleiden.
Indien naast de leerkracht ook klassenassistentie aanwezig is, dan zullen zij deze taak gezamenlijk uitvoeren. Assistentie wordt toebedeeld op basis van de zorgzwaarte per groep.

De schoolmaatschappelijk werker maakt een afspraak voor een huisbezoek met de ouders/verzorgers van het kind met als doel de thuissituatie in kaart te brengen.
Dit kan ook telefonisch. De schoolmaatschappelijk werker bespreekt met de ouders/verzorgers of er hulpverlening in het gezin geweest en of ondersteuning gewenst is. Zij geeft tevens informatie over financiële regelingen (PGB; TOG etc.) en over MEE. Van dit intakegesprek maakt de schoolmaatschappelijk werker een verslag. Dit verslag wordt naar de ouders/verzorgers verzonden en toegevoegd aan het leerling dossier. 
De jeugdarts nodigt het kind en zijn ouders/verzorgers uit voor een kennismakings-gesprek. Van dit bezoek wordt een verslag gemaakt voor het medisch dossier van de jeugdarts.
Verder wordt beoordeeld door de CvB of de leerling in aanmerking komt voor onderzoek door de logopedist.  Er is de keuze gemaakt om logopedische hulp te investeren aan de basis, d.w.z. de SO-afdeling.

2.2 Eerste handelingsplan (hapla)
Uiterlijk drie maanden na plaatsing stelt de leerkracht een hapla op. Het voorlopige ontwikkelingsprofiel/uitstroomperspectief dient hierbij als uitgangspunt.
De leerdoelen in dit hapla zijn zowel gericht op de sociaal-emotionele ontwikkeling, de cognitieve vaardigheden als de zelfredzaamheid. Indien nodig krijgt de leerkracht hierbij ondersteuning van de psycholoog en/of coördinator leerlingenzorg.
Het hapla wordt besproken met de ouders/verzorgers en door hen ondertekend. Na ondertekening door de directie voegt de coördinator leerlingenzorg het toe aan het leerling dossier.

2.3 Handelingsplan
Het schrijven van een individueel plan heeft meerdere doelen in zich: doelgericht werken en bewustwording van het ontwikkelingsproces van de leerling. Er zijn evaluatiemomenten, die tot een aanpassing van het hapla kunnen leiden.
Het is de verantwoordelijkheid van de leerkracht dat het hapla wordt gemaakt. Uiteraard kan deze hulp vragen van een collega of de coördinator leerlingenzorg. 
Het hapla is zo geformuleerd dat het ondersteunend en richtinggevend is voor het handelen van de leerkracht. Het kan worden gezien als een verantwoording van het ontwikkelings-/uitstroomperspectief van de leerling.
Voor het formuleren van de doelen maakt de leerkracht gebruik van de CED- leerlijnen die in het digitaal leerlingvolgsysteem (Datacare) opgenomen zijn.
Vakleerkrachten vullen zelf de doelen in in het leerlingvolgsysteem
(bijv.: de vakleerkrachten gymnastiek vullen zelf de doelen in.)

Samenvattend schrijven we het hapla:

  • Bij nieuwe leerlingen uitgaande van het voorlopige ontwikkelingsperspectief/ uitstroomperspectief, voor de volgende leerlingbespreking vanaf het moment van plaatsing met daarin niveaubepaling, bevindingen en doelen voor de komende tijd.
  • Bij zittende leerlingen ieder jaar in juni (VSO) of september (SO) uitgaande van het bestaande handelingsplan. Het handelingsplan wordt door de leerkracht met de ouders besproken.  Indien gewenst is de psycholoog en/of coördinator leerlingenzorg bij het gesprek aanwezig. Het handelingsplan wordt ondertekend door de leerkracht, de ouders, de coördinator leerlingzorg en de directeur.

Het hapla is geschreven voor een schooljaar, of bij tussentijdse instroom, tot de volgende leerling besprekingen in juni. Het is mogelijk tussentijds aanpassingen te doen indien de actualiteit daarom vraagt.

2.4 Handelingsplan MG-leerlingen
Voor MG (Meervoudig Gehandicapten) leerlingen met een relatief laag cognitief niveau maken we bij het schrijven van een handelingsplan gebruik van de leerlijnen van het Planciusproject. Hierin staan duidelijke, praktische en kleine doelen die voor het stimuleren van de ontwikkeling en zelfredzaamheid van deze leerlingen belangrijk zijn. Per leerling wordt gekeken of er naast het stellen van doelen vanuit Plancius, tevens van (enkele) CED leerlijnen gebruik kan worden gemaakt, om zo de leerling optimaal te kunnen stimuleren. We hebben van deze leerlingen, binnen hun mogelijkheden, ook hoge verwachtingen.
Voor leerlingen die op basis van moeilijk verstaanbaar gedrag een MG- status hebben verkregen worden de normale CED-leerlijnen gebruikt.
In hun handelingsplan wordt nadrukkelijk aandacht gegeven aan te bereiken doelen op het gebied van gedrag.

2.5 Groepsbesprekingen
Er is één groepsbespreking per jaar (zie desbetreffende rooster).
De groepsbesprekingen vinden plaats zo spoedig mogelijk na de start van het schooljaar. Hier wordt de groep besproken met alle direct betrokkenen:  groepsleerkracht/mentor/assistentie, coördinator leerlingzorg, psycholoog en eventueel de logopedist.
De voorbereiding door de leerkracht vindt schriftelijk plaats aan de hand van het formulier groeps-/leerlingbespreking. Vakleerkrachten leveren hun aandeel in bij de leerkracht voorafgaande aan de groepsbespreking.
De coördinator leerlingzorg en de psycholoog bereiden samen de bespreking voor. Het doel is een korte eerste evaluatie van de groep als geheel en van de individuele leerlingen en uiteraard het optimaliseren van de begeleiding van de leerlingen. Leerkracht en assistentie krijgen de ruimte om te vertellen over de ontwikkeling van “hun” kinderen.
Zij worden gestimuleerd om nieuwe haalbare plannen te maken om de leerlingen van hun klas verder te helpen. Soms gebeurt dat door het geven van zeer concrete handelingsgerichte adviezen. Vaker wordt met de leerkracht verkend welke interventies/aanpak goed bij deze leerling werken en  wordt gezamenlijk nagedacht hoe de leerkracht hier in andere situaties opnieuw gebruik van kan maken (oplossingsgerichte coaching).
Ook worden er afspraken gemaakt over de gang van zaken in de groep.
De definitieve ontwikkelings/uitstroomperspectieven worden vastgesteld in deze bespreking en ter goedkeuring voorgelegd aan de CvB.

2.6 Leerlingbesprekingen
Naast de groepsbespreking wordt er per groep een leerlingbespreking gepland.
De bespreking vindt plaats voor januari en april/mei van het lopende schooljaar.
De leerlingbespreking heeft als doel de algehele ontwikkeling van de leerling te evalueren en is diepgaander dan de eerder beschreven groepsbespreking aan het begin van het schooljaar. De individuele handelingsplannen en ontwikkelingsperspectieven/ uitstroomperspectieven dienen als leidraad.
De leerkracht beschrijft het algemene beeld van een leerling. Tevens wordt besproken of een leerling in de groep blijft of doorstroomt naar een andere groep. Aandachtspunten hierbij zijn: leeftijd, groepsgrootte, niveau, gedrag en sociaal emotioneel functioneren, ontwikkelings-/uitstroomperspectief en vorderingen van de leerlingen.
Bij de leerlingbespreking zijn de leerkracht/mentor, assistenten, psycholoog en coördinator leerlingzorg (V)SO aanwezig.
Vakleerkrachten en/of specialisten kunnen uitgenodigd worden om bij de bespreking van één of meerdere leerlingen aanwezig te zijn. Bij SO-leerlingen die logopedie binnen school krijgen is ook de logopediste aanwezig.
Van de leerlingbespreking wordt een verslag gemaakt door de coördinator leerlingzorg in samenspraak met de leerkracht. Dit verslag wordt aan het dossier toegevoegd.

Groepsbesprekingen en leerlingbesprekingen hebben  een signaleringsfunctie.

In het schema onderaan dit hoofdstuk staat de plaats van de leerling- en groepsbesprekingen schematisch weergegeven. 

2.7 Evaluatie
Handelingsplannen worden geëvalueerd voor de zomervakantie. Hiervoor wordt het formulier evaluatie handelingsplan gebruikt.
Aanvullingen op het handelingsplan, in de vorm van achterliggende opmerkingen en/of handelingsadviezen, worden meegenomen in het nieuw te schrijven handelingsplan.
Dat nieuwe handelingsplan wordt direct gemaakt en besproken met ouders.
In de VSO-afdeling doet de mentor dit aan het einde van het lopend schooljaar. In de SO-afdeling gebeurt dit aan het begin van het nieuwe schooljaar.

2.8 Tussentijdse ondersteuning/consultaties
Een leerkracht kan tussendoor behoefte hebben aan ondersteuning. Tussentijdse vragen worden opgepakt door de coördinator leerlingzorg en/of de psycholoog op basis van beschikbaarheid en expertise.
In het PMT wordt wekelijks kort besproken welke ondersteuningscontacten lopen. Bij een  bredere hulpvraag en/of gecompliceerde problematiek, wordt de leerling ingebracht in de CvB.

Met name in de VSO-afdeling hebben leerlingen ook geregeld behoefte aan specifieke ondersteuning. Sommige leerlingen melden zichzelf bij hun mentor, de coördinator leerlingzorg of de psycholoog; anderen worden uitgenodigd voor een gesprek. Indien er behoefte is aan langdurige, therapeutische ondersteuning wordt de leerling geholpen met het vinden van een passend aanbod.

2.9 Dossiervorming
Van de afzonderlijke leerlingen wordt gedurende de hele schoolperiode een dossier bijgehouden door de coördinator leerlingzorg. Het dossier bevat o.a. de gegevens   die bij de aanmelding zijn verstrekt.  Gerangschikt middels een gekleurd tabblad bevindt zich in het dossier: algemene administratieve gegevens, verslagen van groeps/leerlingbesprekingen en hapla’s, het toelatingsrapport, psychodiagnostisch onderzoeken, verslagen huisbezoeken door de leerkracht, verslagen van schoolmaatschappelijk werk en openbare medische informatie. Tijdens de schoolloopbaan van de leerlingen worden alle verslagen, gesprekken en afspraken in het dossier opgenomen. De praktijk leert dat verslagen soms alleen in het digitale dossier  staan. Het streven is op dit moment nog steeds om alles uit te printen en aan het papieren dossier toe te voegen. Doelis om op termij het dossier te digitaliseren.
De bewaking van dossiers geschiedt overeenkomstig de eisen van de Wet Bescherming Persoonsgegevens.

2.10 Schema cyclus  leerlingzorg

CYCLUS LEERLINGZORG  ( V)SO

pijl

Het schooljaar is ingedeeld in een cyclus met vier fasen:

  • Cyclus deel A: Groepsbespreking en vaststellen
    ontwikkelings-/uitstroomperspectief leerling.
  • Cyclus deel B: Individueel handelingsplan binnen ontwikkelingsperspectief uitstroomperspectief ( max. 25 doelen per kind)
  • Cyclus deel C: Leerlingbespreking
  • Cyclus deel D: Leerlingbespreking en evaluatie individueel handelingsplan; definitief vaststellen ontwikkelingsperspectief/ uitstroomperspectief maken nieuwe doelen volgend schooljaar

                    

cyclus leerlingzorg 

   

HOOFDSTUK 3    ZORGTRAJECT OP SCHOOLNIVEAU

3.1 Pedagogisch Management Team
Het Pedagogisch Management Team (PMT) is organisator/vangnet voor de leerling die aanvullende zorg nodig heeft. De Commissie van Begeleiding (CvB) wordt hierdoor ontlast en er kan snel gehandeld worden. Het PMT in de huidige vorm bestaat pas sinds het schooljaar 2010/2011 en is sterk in ontwikkeling.
De  coördinatoren leerling zorg van zowel de SO- als de VSO-afdeling, de psycholoog en de directeur hebben zitting in het PMT. De directeur zorgt voor de terugkoppeling aan het Management Team (MT).
Indien er geen acute situatie is, vindt er tijdens een reguliere bespreking een verduidelijking van de hulpvraag plaats. De coördinator leerlingzorg of de psycholoog spreken met de signalerende leerkracht, de leerling en/of de ouders/verzorgers. Vervolgens worden in het PMT de vervolgstappen uitgezet.
Er wordt afgesproken (besluitenlijstje) wie wat doet en hoe betrokkenen worden ingelicht. Het PMT koppelt genomen stappen terug aan de CvB.

Vaak blijkt echter dat er oplossingen gevonden moeten worden voor acute problemen. Het PMT moet dan met oplossingen komen, die organisatorisch haalbaar zijn en dat betekent dat we creatief moeten zijn.

We zijn beperkt in de ruimte (geen ruimte waar een leerling tot rust kan komen) en personeelsbezetting (niet altijd een achtervang bij calamiteiten). Hierdoor is het niet mogelijk vaste protocollen te hanteren maar is er regelmatig, praktisch haalbaar, maatwerk noodzakelijk. Bijvoorbeeld een leerling, die moet kalmeren krijgt toestemming naar de patio te gaan; leerlingen voor wie de pauze buiten te onrustig is worden apart begeleid; leerlingen nuttigen de maaltijd in een andere klas enz.
Er wordt vaak een groot beroep gedaan op de collegialiteit, inventiviteit en flexibiliteit van alle medewerkers. Het is verrassend hoe goed het lukt om binnen de beperkte mogelijkheden telkens weer oplossingen te vinden voor soms moeilijk te realiseren behoeften van onze leerlingen.

Wat doet het PMT verder:

  • Leerlingen die extra zorg nodig hebben volgen en zorgen dat de afgesproken stappen door betrokkenen worden gezet.
  • Verantwoordelijk voor het evalueren van ontwikkelings/uitstroom perspectieven van de leerlingen. Zorg dragen dat die alle leerlingen die geëvalueerd zijn, besproken worden in de CvB.
  • Het uitzetten van beleidslijnen en het evalueren hiervan waar het zorg/pedagogisch handelen betreft.
  • De knelpunten in de zorg benoemen en oplossingen bespreken.
  • Met elkaar de geboden hulp evalueren en eventueel nieuwe ideeën voor hulp inbrengen. De nieuwe ideeën voor hulp aan zorgkinderen worden besproken met de groepsleerkrachten tijdens de groepsbesprekingen of in de teamvergaderingen.

Er is wekelijks een kort PMT-overleg. Met ingang van het schooljaar 2011-2012 is er eens in de drie weken ook een gezamenlijk PMT/MT- overleg gepland. Hierbij is de voltallige directie en het PMT aanwezig. Van elke bijeenkomst wordt een besluitenlijstje gemaakt dat verspreid wordt onder( P)MT-leden.

3.2 Commissie van Begeleiding
De taken van de CvB zijn de volgende:
1. Begeleiden van leerlingen met complexe problematiek. Gedurende de schoolloopbaan van de leerlingen kan de problematiek dusdanig  zijn, dat het nuttig is dat alle leden van de Commissie van Begeleiding (CvB) vanuit hun professionaliteit naar het probleem kijken en vanuit hun expertise handelings-adviezen geven. Alle leden van de Commissie kunnen leerlingen inbrengen.
2. Tevens heeft de CvB als functie om jaarlijks de ontwikkelings-/ uitstroomperspectieven te evalueren.Het PMT zorgt ervoor dat alle leerlingen die geëvalueerd worden, op de agenda komen en voorziet de CvB van de benodigde informatie.
3. De derde taak van de CvB is om nieuw aangemelde leerlingen te toetsen op toelaatbaarheid door dossieranalyse, observatie en het verzamelen van relevante in informatie  (zie hoofdstuk 2).
De lijnen naar de jeugdarts en het schoolmaatschappelijk werk lopen in principe via de coördinatoren leerlingenzorg en de psycholoog.
De vergaderingen worden bijgewoond door een multidisciplinair team, bestaande uit: Jeugdarts GG&GD, schoolmaatschappelijk werker MEE, psycholoog, coördinatoren leerlingenzorg en directeur. Indien de CvB onvoldoende expertise op een bepaald gebied bezit, zal zij te allen tijde hulp van derden inroepen (bv. het AMK).
De coördinator leerlingzorg maakt de agenda. Leerlingen die op de agenda moeten, worden de donderdag (één week) voor de CvB vergadering doorgegeven.
De notulen worden verzorgd in onderling overleg en digitaal verspreid over het gehele team.

3.2.1 Onderzoek en begeleiding

A. Psycholoog

De psycholoog verricht psychodiagnostisch onderzoek en doet observaties om enerzijds de ontwikkeling van de leerlingen goed in kaart te brengen en anderzijds om aan de wettelijk verplichte (her)indicaties/zorgtoewijzingen te voldoen. Voorafgaande aan een onderzoek wordt altijd contact opgenomen met de ouders of verzorgers.  De resultaten worden met ouders en leerkrachten gedeeld. Van een psychodiagnostisch onderzoek wordt altijd een verslag gemaakt dat ouders/verzorgers ontvangen en waarvan een exemplaar in het dossier wordt bewaard.
De psycholoog kan de leerkracht ook ondersteunen bij de begeleiding van bepaalde leerlingen alsmede, in beperkte mate, leerlingen kortdurende ondersteuning bieden op emotioneel en/of sociaal gebied.
Regelmatig vinden er ondersteunende gesprekken met ouders plaats. Indien ouders behoefte hebben aan intensieve ondersteuning, worden zij doorverwezen.

B. Logopedie
Logopedie behoort ook tot de schoolse ondersteuningsmogelijkheden.
De doelen binnen de logopedie kunnen als volgt worden geformuleerd:

  • Het (verder) ontwikkelen van de diverse communicatiemogelijkheden, aangepast aan het niveau van de individuele leerling.
  • Het (verder) leren benutten van de communicatieve vaardigheden en sociale vaardigheden.
  • Het voorkomen, verbeteren en opheffen van taal- en spraak- (ontwikkelings)stoornissen, alsmede stemproblematiek.

Werkwijze:
De invulling van de logopedische doelen bestaat uit het doen van onderzoek, het geven van groepslessen (functioneel taalgebruik, totale communicatie en sociale vaardigheidstraining) en individuele  therapie (aandacht voor specifieke logopedische problemen), het observeren van leerlingen in de klas en het geven van adviezen/begeleiding:
1. Onderzoek

  • Onderzoek van nieuwe leerlingen (vanuit handelingssuggesties CvB)
  • Herhalingsonderzoek
  • Follow-up onderzoek
  • Onderzoek op indicatie

2. (Individuele) behandeling: oefeningen die tijdens de behandelingen plaats vinden worden genoteerd in een werkmap/schrift dat mee naar huis gaat. Ouders zijn zo op de hoogte van de behandelingen en kunnen zelf actief meehelpen door samen met hun kind te oefenen.
3. Observatie in de groep
4. Voorlichting en begeleiding ouders en personeel.

3.3 Management Team
Het Managementteam (MT)  bestaat uit: directeur (tevens voorzitter), adjunct-directeur SO en adjunct-directeur VSO.
Het MT komt volgens de jaarplanning bij elkaar. De voorzitter stelt de agenda samen. De notulen worden verzorgd in onderling overleg. Relevante besluiten worden gecommuniceerd via de wekelijkse team info.
De directeur, die ook zitting heeft in het PMT, is verantwoordelijk voor de informatie overdracht tussen PMT en MT. De functie van het MT in relatie tot de zorg ligt met name op faciliterend gebied:

  • zaken betreffende schorsing en verwijdering
  • zaken betreffende leerplicht
  • uitvoeren (AMK) meldingen
  • jaarplanning maken
  • roosters aanpassen
  • personele inzet
  • besluiten of materialen aangeschaft kunnen worden
  • professionaliteitbevordering
  • functioneringsgesprekken (over pedagogisch handelen)

De scheiding tussen PMT en MT ligt in de praktijk minder nauw dan bovenstaande opsomming doet vermoeden. Indien er een acute situatie moet worden opgelost op het gebied van de leerlingenzorg en er is geen lid van het PMT beschikbaar dan zal de beschikbare adjunct handelen.

3.4 Besprekingen
De  besprekingen vinden plaats volgens een van te voren vastgesteld rooster:

Bespreking

Frequentie

Verantwoordelijke

Groepsbespreking SO 

1 x per jaar

Coördinator leerlingenzorg SO

Groepsbespreking VSO

Idem

Coördinator leerlingenzorg VSO

Leerlingbespreking SO

2 x per jaar

Coördinator leerlingenzorg SO

Leerlingbespreking VSO

idem

Coördinator leerlingenzorg VSO

Werkgroepbespreking

2 x per jaar

Adjunct directeur VSO

Niveaugroepen bespreking

3 x per jaar

Adjunct directeur SO

Teamvergadering SO

1 x per 2 week

Adjunct directeur SO

Teamvergadering VSO

idem

Adjunct directeur VSO

PMT

1 x per week

Coördinatoren leerlingenzorg SO/VSO

CvB

1x per maand

Coördinatoren leerlingenzorg SO/VSO

MT

1 x per week

Directeur

De SO- en VSO-afdeling hebben twee wekelijks een teamvergadering waar alle lopende zaken worden besproken en ook (zorg)leerlingen ter sprake kunnen komen. De coördinatoren leerlingenzorg zijn aanwezig bij deze teamvergaderingen voor hun eigen afdeling.

In de VSO-afdeling zijn daarnaast twee keer per jaar aanvullend werkgroep besprekingen waarbij alle leerkrachten (van de verschillende vakgebieden) hun bevindingen over deze leerlingen kunnen delen. De psycholoog is hier in principe bij aanwezig.

In de SO-afdeling zijn drie keer per jaar besprekingen van de niveaugroepen rekenen en taal om de vooruitgang te evalueren.
Op basis hiervan worden de groepen ingedeeld.

Onze zeer gedifferentieerde werkwijze (werkgroepen in de VSO-afdeling en niveau groepen in de SO-afdeling) maken veel overleg momenten over de leerlingen noodzakelijk. Er zijn veel verschillende medewerkers bij de leerlingen betrokken. Het grote voordeel is dat alle medewerkers de leerlingen kennen.

HOOFDSTUK 4    SCHOOLVERLATERS

4.1 Schoolverlaters VSO
In het algemeen zal rond het zeventiende levensjaar van een leerling duidelijk zijn voor welke vervolgvoorziening de leerling in aanmerking komt. Alle schoolverlaters worden begeleid om een bij hun passende plaats te vinden. We kunnen deze leerlingen een interne en vervolgens een externe stage bieden. De begeleiding van de interne stage is vanaf 1 augustus 2011 een zaak van de Koningin Emma school en de van Dr A. van Voorthuysenschool met gemengde leerlingen-groepen. In het schooljaar 2011/2012 zal dit ook voor de externe stage ontwikkeld worden op basis van het stageboek dat door REaCtys ontwikkeld is. Voor een leerling die tussentijds de school verlaat of verhuist naar een andere plaats, wordt het uitstroomtraject gehanteerd.

De coördinator leerlingzorg stuurt, na toestemming van de ouders/verzorgers, dossiergegevens naar de school of instantie waarheen de leerling vertrekt. Hierbij is de schooladministratie ondersteunend.
De schooladministratie schrijft de betreffende leerling uit.

4.2 Tussentijdse schoolverlaters
Een leerling kan tussentijds onze school verlaten, bijvoorbeeld door verhuizing. Verder moet verwijzing  overwogen worden wanneer de school niet meer kan voldoen aan de zorg en/of onderwijsbehoeftes van een leerling.  Dit kan bijvoorbeeld plaatsvinden wanneer er sprake is van ernstige gedragsproblemen en/of psychische problematiek. Het kan ook zijn dat er dermate grote vorderingen zijn op het gebied van de schoolse vaardigheden in combinatie met voldoende sociaal emotionele stevigheid dat de leerling naar (bijvoorbeeld) het Speciaal Basisonderwijs of Praktijkschool verwezen kan worden. Verwijzingen worden besproken en besloten in de Commissie van Begeleiding.

HOOFDSTUK 5.      BOVENSCHOOLS TRAJECT

Bovenschools traject
Indien de zorg binnen de Dr. A. van Voorthuysenschool niet toereikend is voor een  leerling, dan kan er externe expertise ingeroepen worden zoals:

1. Externe instellingen die gespecialiseerd zijn in het begeleiden van kinderen en jongeren met een verstandelijke beperking. (bijvoorbeeld MEE, Trialis, Bartimeushage, Winkelsteegh en de Trappenberg.
2. Scholen en dagcentra in de regio, zoals SBO, praktijkscholen, MKD's en KDV's. Er wordt gebruik gemaakt van hun expertise maar soms worden kinderen ook uitgeplaatst, omdat elders beter aan hun zorg/onderwijsbehoefte wordt voldaan.
3. Ondersteuning van het autistensteunpunt vanuit REaCtys.
4. Aanvullende diagnostiek bij een daartoe gespecialiseerde instelling (bijvoorbeeld Abrona, Reinaerde of Zonnehuizen)
5. Bij het vermoeden van misbruik en/of verwaarlozing zal altijd in overleg gegaan worden met het AMK en zal, indien daartoe voldoende reden is, een melding  worden gedaan.
6. Politie (wijkagent of gespecialiseerde dienst).

Deze ondersteuning wordt ingeroepen door de CvB.
Ouders/verzorgers worden er ten allen tijde van op de hoogte gesteld als er door de CvB een beroep wordt gedaan op externe expertise. Het heeft de voorkeur dergelijke stappen met instemming en in samenwerking met ouders/verzorgers te zetten.

HOOFDSTUK 6   CONTACT OUDERS/VERZORGERS

De school acht een goede communicatie met ouders/verzorgers van groot belang.
Er zijn vaste contactmomenten betreffende de voortgang van de leerling.
In het begin van het schooljaar is er een algemene ouderavond, enerzijds om informatie te verschaffen, anderzijds om kennis te maken met de groepsleerkrachten en/of mentoren. 

6.1 SO-afdeling

  • Elke leerling heeft een contactschrift waarin de belangrijkste zaken staan beschreven. Hierin kan  elke dag worden geschreven door de ouders/ verzorgers en groepsleiding. In de loop van de schoolloopbaan en bij toenemende communicatieve vaardigheden van de leerling, wordt de mate waarin het contactschrift wordt gebruikt afgebouwd.
  • In het begin van het schooljaar is er een informatieve groepsouderavond.
  • In oktober kunnen de ouders een middag meedraaien in de groep van hun kind.
  • Na de handelingsplan besprekingen op school in juni of september bespreekt de leerkracht het handelingsplan met de ouders/verzorgers.
  • Aan het eind van het schooljaar hebben de leerlingen van de SO-afdeling een portfolio met de evaluatie van de doelen uit het handelingsplan en werk van de leerlingen om deze doelen te illustreren. Dit portfolio wordt met de ouders/verzorgers besproken.
  • Met ingang van het schooljaar 2011-2012 wordt het ontwikkelingsperspectief met ouders besproken. (klik hiervoor op beleidsplan).
  • Daarnaast gaat de leerkracht van groep OB(Onderbouw) ieder jaar op huisbezoek. In de MB(Middenbouw)  en BB ( Bovenbouw)alleen indien daar aanleiding voor is. Bij nieuwe leerlingen vindt het huisbezoek bij voorkeur zo vroeg mogelijk in het jaar of zo spoedig mogelijk na aankomst plaats.
  • Tussentijds contact (van beide kanten) is mogelijk op afspraak en zoals aangegeven staat in de schoolgids (zie de link op de website onder documenten/schoolgids).
  • Tevens wordt incidenteel een  thema ouderavond georganiseerd.

6.2 VSO-afdeling

  • In het begin van het jaar is er een informatieavond voor alle ouders.
  • Gedurende het schooljaar is er een informatieve avond voor ouders van 16 en 17-jarigen. De leerling wordt hier ook voor uitgenodigd.
  • In januari zijn er 30 minuten gesprekken met de ouders/verzorgers om de voortgang te bespreken.
  • Aan het eind van het schooljaar (juni) zijn er oudergesprekken om de handelingsplannen te bespreken.
  • Tevens wordt incidenteel een  thema ouderavond georganiseerd.

Op de VSO-afdeling maken stages een wezenlijk deel uit van het onderwijs, dat vooral praktisch en toekomstgericht is. Het zoeken van een juiste stageplaats gaat altijd in overleg met de ouders/verzorgers van de leerling.